Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sidderde, omdat hij zichzelf in de macht van zijn doodsvijand waande.

— Deze vreesehjke man, riep hij verder, heeft ons allen bedrogen — heeft ook den Verhevene en mijn hchtgeloovige gemalin bedrogen, die, als alle vrouwen, groot gewicht hecht aan bekeeringsverhalen. Daardoor zijn wij nu in dezen val geraakt.

Onrustig dwaalden zijn blikken in het rond, alsof hij achter iederen boöm een half dozijn roovers meende te bespeuren. Stamelend en met bevende handen bezwoer hij den koning door een schielijke vlucht zijn dierbare persoon in veiligheid te brengen. Toen trad ik te voorschijn en zeide:

— Stel u gerust, mijn gemaal! Ik ben in staat, zoowel u als mijn edelen vorst, te overtuigen, dat hier geen val gezet is en dat er geen gevaar dreigt.

En nu verhaalde ik, hoe ik door Anguhmala verleid was geworden tot een plan voor een aanslag op het leven van mijn echtgenoot en hoe dit voornemen slechts verhinderd was geworden door de bekeering van mijn bondgenoot.

Zoodra Satagira vernam, hoe na hij aan den dood was geweest, moest hij zich, om niet neer te vallen, steunen op den arm van een hoveling.

Ik smeekte nu knielende den koning om mijn echtgenoot genade te schenken, zooals ik hem reeds vergeven had, aangezien hij toch had gezondigd, verblind door liefdeshartstocht, en daardoor wellicht onbewust gehoorzaamd had aan een hoogere bestiering, die het grootste wonder voor onze oogen had willen laten geschieden:

Sluiten