Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben, hoe er nergens, hetzij in deze, hetzij in andere werelden, voor zoover de begeerte naar het bestaan aanwezig is, nergens in ruimte of tijd iets is wat standhoudt, nergens een blijvende toevlucht is te vinden, zeide hij het woord, dat gij met recht wereldverpletterend noemdet en thans om ons heen inderdaad tot werkelijkheid wordt.

Door een der discipelen werd ons, zusters, medegedeeld, dat wij na de voordracht een voor een bij den Verhevene zouden komen om afscheid te nemen en van hem een gedenkspreuk te ontvangen, die ons bij ons verder streven tot leiddraad zou kunnen strekken.

Aangezien ik een der jongsten was en met opzet mij terughield, gelukte het mij de laatste te zijn. Want geen der anderen gunde ik, na mij met den Verhevene te spreken en tevens hoopte ik daardoor een rustiger oógenblik te genieten, dan wanneer er nog anderen na mij moesten komen.

Toen ik mij nu vol eerbied ter aarde gebogen had, keek de Verhevene mij aan met een blik, die mij tot in mijn binnenste trof en zeide:

- En u, Vasitthi, geef ik hier op den drempel van dit verbrokkelende heiligdom voor den zestienduizendeenhonderdvoudigen bruidegom, in de schaduw van dit Sinsapabosch, waarvan gij een blad op uw hart draagt, de volgende gedenkspreuk tot overweging:

„Overal waar liefde ontstaat, ontstaat ook lijden." —

— Is dit alles? vroeg ik vrij dwaas.

— Alles en toereikend.

— En zal het mij vergund zijn, o heer, wanneer ik

De Pelgrim Kamanita 19

Sluiten