Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

peinzen over misdadige plannen wisselden elkaar af in een waren demonendans — vervolgens kwam Angulimala's bekeering, kwam de geweldige indruk van den persoon van Buddha, het nieuwe leven, de ontsluiering van een vreemde en geheel onbekende wereld, wier elementen bestonden uit het te niet gaan van alle elementen der oude wereld. Maar nu was de eerste storm van het nieuwe voorbij; de groote bewerker dezer heilige indrukken was uit mijn gezichtskring verdwenen en ik zat eenzaam daar; mijn blikken aangetrokken door de hefde, door mijn liefde.

Thans vernam ik die boodschap weder in haar volle duidelijkheid en er kwam een grenzenloos verlangen bij mij op naar den verwijderden, nog levenden geliefde. Maar zou hij dan werkehjk nog in leven zijn? En beminde hij mij nog? Dergelijke vragen versterkten mijn verlangen nog meer door haar beangstigende onzekerheid, en met de overwinning mijner liefde en het mij eigen maken mijner gedenkspreuk wilde het niet voorwaarts gaan. Voortdurend moest ik denken aan de liefde, maar tot het lijden en het ontstaan van het lijden kon ik niet komen.

Mijn steeds onvruchtbaarder zielestrijd bleef voor de andere zusters niet verborgen. Eens hoorde ik hoe zij tot elkander zeiden:

— Vasitthi, de vroegere ministersvrouw, die toch zelfs door den strengen Sariputta meermalen geprezen is geworden voor haar snelle en zekere opvatting van moeiehjke punten in de leer — kan nu niet gereedkomen met haar gedenkspreuk, die toch zoo gemakkelijk is.

Sluiten