Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar den Volmaakte had ondernomen; ik was de eenige die wist wat het doel zijner wandeling was.

„Ik zal naar Ujjeni gaan en hem behouden hier brengen" — deze worden woorden weerklonken voortdurend in mijn binnenste. Zou de monnik welhcht de belofte van den roover vervullen? Waarom niet, als hij zelf inzag dat het noodzakelijk zou zijn dat wij elkaar zagen en spraken.

En daarmede rees een nieuwe gedachte in mij op, die gepaard ging met een ongekende hoop en die mij in het eerst verblindde en verward maakte. Indien Kamanita eens terugkwam, wat zou mfj dan verhinderen uit de orde te treden en zijn vrouw te worden? Doch zoodra die vraag bij mij opkwam, bedekte een gloeiend rood mijn gelaat, dat ik onwillekeurig in mijn handen verborg, uit vrees dat iemand mij zoo zou kunnen zien. Want het zou immers den schijn geven alsof ik de heihge orde had beschouwd als een brug om van een gehaat huwelijk over te gaan tot een dat mij lief was. Inderdaad zou het door velen op die wijze worden uitgelegd, maar wat ging mij de beoordeehng van anderen ook aan? En hoeveel beter is het dan niet een vrome leekezuster te zijn die zich trouw tot de orde houdt, dan een ordezuster wier hart buiten de orde dwaalt!

Ja, indien Anguhmala mij de boodschap bracht dat mijn Kamanita nog leefde en ik uit hun ontmoeting kon besluiten dat mijn gehefde mij nog even trouw toegedaan was, dan zou ik immers zelf een pelgrimstocht naar Ujjeni kunnen ondernemen. En ik schilderde mij voor, hoe ik op een morgen als een rondtrekkende

Sluiten