Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer in den weg om mijn wandeling voort te zetten in het spoor van den Verhevene, hetzij tot Benares of Rajagaha, waar ik hem ook moge aantreffen.

Na dit gezegd te hebben, wandelde de indrukwekkende man met groote schreden verder langs den rand, van het bosch, zonder zich de minste rust te gunnen.

Langen tijd bleef ik hem nastaren en zag hoe de ondergaande zon zijn schaduw voor hem uitwierp,, tot aan den rand van den horizon; ja, nog verder, alsof zijn verlangen hem gestadig vooruitsnelde, terwijl ik daar achterbleef als een verlamde, zonder eenig vooruitzicht op iets, waar ik mijn hoop op zou kunnen vestigen.

Mijn hart was dood. Mijn droombeelden verbleekten. Het wreede ascetenwoord: „De huiselijkheid is een onreine hoek," weerklonken in mijn ledig gemoed. Mijn liefde behoorde immers tehuis op het terras der zorgeloozen, onder den vrijen, van sterren fonkelenden en van maanlicht schitterenden hemel. Hoe had ik, dwaze, eenigszins kunnen bedenken haar uit te zenden öm in de huiselijkheid van dien onreinen hoek te Ujjeni te gaan bedelen en haar daar door Kamanita's kijvende vrouwen te laten bespuwen!

Met de grootste moeite sleepte ik mij terug naar mijn cel om mij op het ziekbed uit te strekken. Deze plotselinge ineenstorting mijner koortsachtig opgezweepte verlangens was te veel voor mijn weerstandsvermogen, dat alreeds geschokt was geworden door een maandenlangen zielestrijd. Medini verpleegde mij dag en nacht met een zelfopoffering zonder gelijke. En zoodra mijn

Sluiten