Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mara, de Booze, den Verhevene opnieuw en zeide hem: „Heil u! Nu is voor den Verhevene de tijd gekomen om in te gaan in Nirwana. De voorwaarde die de Verhevene mij eertijds onder den vijgeboom der geitenhoeders te Uruvela aangaf om in te gaan in Nirwana — deze voorwaarde is thans immers vervuld!" Hierop antwoordde Buddha hem: „Wees onbezorgd, gij booze; de Nirwana van den Volmaakte zal weldra plaats hebben. Na verloop van drie maanden zal de Volmaakte ingaan in Nirwana." Bij deze woorden beefde de aarde, hetgeen gij ook wel zult hebben opgemerkt.

Inderdaad hadden wij een maand geleden te Kosambi, eer ik het heilige bosch verliet, een lichte aardbeving bespeurd, hetgeen ik haar nu ook vertelde.

— Ziet gij, riep zij opgewonden uit, overal heeft men het bemerkt. De geheele aarde beefde en de trommen der goden dreunden, toen de Volmaakte afzag vaneen langeren leeftijd. Ach, indien toch die onnadenkende Ananda ter rechtertijd den wenk had begrepen, dien Buddha hem gaf! Want toen hij door de aardbeving uit zijn overpeinzing werd gewekt en bij den Verhevene terugkwam en hem nu bad om toch het overige dezer wereldperiode te blijven leven, had de Volmaakte Mara den Booze zijn woord reeds gegeven. —

Uit de 'woorden dezer vrome, doch eenigszins bijgeloovige vrouw maakte ik op, dat de Verhevene gedurende zijn oponthoud te Vesah teekenen had bespeurd dat het einde van zijn leven weldra te wachten stond en hij daarom zijn discipelen er op had voorbereid dat hij weldra van hen zou gaan.

Sluiten