Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naam mij met een onverklaarbaar gevoel van vrees en ontzag vervuld, met een vrome gewaarwording voor het Verhevene. Hoe dikwijls had ik niet in sagen en sprookjes den zin gehoord: „En hij begaf zich naar den Himawat en leefde daar het leven der asceten."

Met duizendtallen waren zij er heen getrokken, de verlossingzoekenden, ten einde zich in de eenzaamheid der bergen, onder boetedoening den vrede te verwerven — ieder met zijn hersenschim, en nu kwam hy, de eenige die geen hersenschimmen 4iad, wiens spoor wij volgden, hem nader.

Terwijl ik hierover nadacht, verduisterde het hchtbeeld alsof de hemel het in zich had opgenomen. Doch dit schouwspel had mij zoodanig opgewekt en gesterkt, dat ik niet meer aan rust kon denken.

Ik zeide dan tot Meclini:

Zelfs indien de Verhevene voor ons uitging naar gindschen bergtop om van dat verheven standpunt in Nirwana te gaan, zou ik hem nog volgen en inhalen.

En vol moed schreed ik nu verder. Nauwehjks hadden wij een half uur geloopen, of het kreupelhout hield eensklaps op en bebouwde akkers lagen voor ons. Toen wij kort daarop Kusinara bereikten, was inmiddels de duisternis ingevallen, doch de volle maan scheen groot en schitterend boven het bosch. Het plaatsje was niet veel meer dan een dier Maleische dorpen, waar de huizen en muren van gedroogde klei en gevlochten teenen zijn vervaardigd.

Mijn eerste indruk was, dat er een besmettelijke ziekte moest hebben geheerscht en dat daardoor de bevolking

Sluiten