Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mijzelf, en ik voelde dat mijn krachten mij weder gingen verlaten. Tegelijkertijd hoorde ik een geritsel in het hout en een reusachtig groote monnik trad er uit te voorschijn en lei zijn hand op Anandas schouder.

— Broeder Ananda, de meester roept u.

Dus zou ik toch Buddha nog zien in zijn laatste oogenblikken!

Onmiddelijk keerden mijn krachten terug en stelden mij in staat hem te volgen. Nu bemerkte en herkende Anguhmala ons. Ik begreep zijn aarzelenden blik en zeide:

— Vrees niet, broeder, dat wij door luidruchtig geween en vrouwelijk klagen de laatste oogenblikken van den Volmaakte zullen storen. Van Vesali tot hier toe hebben wij ons geen rust gegund om den Verhevene nog te kunnen zien. Ontzeg ons niet den toegang; wij zullen sterk genoeg zijn.

Toen gaf hij ons een teeken dat wij hem zouden volgen. Ver behoefden wij niet te gaan. Binnen een kleine open plek in het bosch gekomen waren daar wel eenige honderden broeders bij elkaar, die eeh halven kring vormden.

Te midden dier plek verhieven zich twee salaboomen, die een enkele witte bloemenmassa vormden en daaronder op een bed van gele mantels, die tusschen de beide stammen uitgespreid waren, rustte de Volmaakte, het hoofd gesteund op den rechter arm. Geruischloos regenden de witte bloemen op hem neder. Achter hem meende ik Himawats eeuwige sneeuwtoppen te zien, die zich nu in een ondoordringbare duisternis hadden gehuld, doch waarvan ik een vluchtigen blik had gehad, aan

Sluiten