Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Laat u dat geen zorg geven, antwoordde Buddha. Onder de adelijken, de brahmanen en de burgerhuisvaders bevinden zich vele verstandige en vrome aanhangers, die het lichaam van den Volmaakte de laatste eer zullen bewijzen. Gijlieden daarentegen, hebt voor gewichtiger zaken te zorgen. Denkt aan het eeuwige, niet aan het vergankelijke! Schrijdt voorwaarts en ziet niet om!

En terwijl hij zijn blikken den kring rond liet gaan en ieder afzonderlijk aankeek, vervolgde hij:

- Het kan zijn, discipelen, dat gij denken zult: „Het woord heeft zijn meester verloren; wij hebben geen meester meer." Doch zoo moet gij niet denken. De leer, discipelen, die ik u verkondigd heb, is uw meester als ik u verlaten zal hebben. Hecht u niet aan eenigen uiterlijken steun. Zijt uw eigen licht, uw eigen steun!

En thans bemerkte hij ook mij, vol medelijden rustte de blik van den zich over allen ontfermenden op mij, en ik gevoelde dat mijn pelgrimstocht niet te vergeefs was geweest.

Even later zeide hij:

— Het kan zijn, discipelen, dat er onder ulieden een of ander is, bij wien nog eenige twijfel aangaanden den meester of de leer bestaat. Vraagt mij, discipelen, opdat ge u later niet het verwijt hebt te doen: de meester was nog bij ons van aangezicht tot aangezicht, en wij hebben hem niet gevraagd.

Na dit gesproken 'en ons opgevorderd te hebben, zwegen allen. Hoe had er ook nog tegenover den stervenden meester nog eenigen twijfel kunnen bestaan? Zooals hij daar lag, beschenen door het zachte maan-

Sluiten