Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gieten: zoo zag Vasitthi om zich heen in de oneindige ruimte: en al wat er nog over was aan verbleekt hcht en zich oplossende vormen, wist zij door de kracht van haar geest tot zich te trekken, totdat zij de geheele ruimte geplunderd had, deze gansche massa astraalstof in den vorm harer phantasie had gedwongen en zoodoende te midden dezer ruimte een stralend reuzenbeeld van den Volmaakte schiep, zooals hij was op het oógenblik dat hij in Nirwana ging.

En toen zij dit beeld voor zich zag, overkwam haar geen verlangen, geen weemoed. Want zelfs den grooten heilige Upagupta overkwam, toen hij door de tooverkunst van Mara den Booze de gestalte van den lang geleden gestorven Buddha te zien kreeg, zulk een verlangen, dat hij zich voor het goochelbeeld in aanbidding neerwierp en overmand door weemoed begon te klagen :•

„Wee deze onmeedoogende onbestendigheid, die zulke heerlijke gedaanten tot vernietiging doemt! Want ook het voortreffelijke hchaam van den Heiligste moest voor de vergankelijkheid bukken en is in het niet moeten gaan!

Doch Vasitthi ging het niet aldus:

Onbewogen, volkomen berustend, beschouwde zij het beeld zooals een kunstenaar zijn werk; slechts, was zij er op bedacht, het Kamanita aanschouwelijk te kunnen maken.

— Nu begin ik een gedaante te zien. O, houd haar vast, laat haar nog helderder stralen.

Toen zag Vasitthi opnieuw om zich heen in de ruimte.

Te midden hiervan was nog de roodgloeiende, van

Sluiten