Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toorn bliksemende glans van den honderdduizendvoudigen Brahma overgebleven

En door de kracht van haar geest rukte zij nu ook deze hoogste godheid van haar plaats en dwong haar in den vorm van het Buddhabeeld. Dit begon licht uit te stralen en op te leven, als iemand wien men een versterkenden dronk toedient.

— Nu zie ik het duidelijker, zeide Kamanita.

En het was Vasitthi alsof de Buddhagedaante tot haar sprak:

— Zoo zijt gij dus gekomen, mijn dochter. Zijt gij gereed met uw gedenkspreuk?

En zooals men zijn droombeeld antwoordt, antwoordde Vasitthi: *

— Ik ben er mede gereed, heer.

— Goed zoo, mijn dochter! En de lange weg heeft u niet vermoeid. Gij hebt dus nog de hulp van den Volmaakte van noode.

— Neen, o heer, ik heb die niet langer meer van noode. - Goed zoo, mijn dochter! Gij hebt uw toevlucht dan

tot u zelf genomen. In u zeiven hebt gij rust gevonden, Vasitthi.

— Mijzelf heb ik leeren kennen, o heer. Evenals wanneer men den stengel van een pisangblad openrolt, men er geen vast hout in vindt, waarvan men zich een wandelstaf zou kunnen snijden, evenzoo heb ik mijzelven leeren kennen: een reeks van wisselende gedaanten, in welke niets eeuwig is, waar men zou kunnen rusten. En ik voeg mijzelf toe: „dat ben ik niet, dit behoort mij niet" — zoo beoordeel ik het.

Sluiten