Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Goed zoo, mijn dochter! Aan de leer alleen houdt ge u dus nog.

— De leer, o heer, heeft mij tot het doel geleid. En evenals iemand, die met behulp van een vlot een stroom overgestoken is, aan den anderen oever gekomen, zich niet langer over het vlot bekommert en het niet verder met zich sleept, zoo houdt ik mij niet langer meer vast aan de leer; ik laat de-leer achter.

— Goed zoo, mijn dochter! Daar ge u niet langer meer aan iets vast houdt, u aan niets meer hecht, zal uw bestaan voortaan zijn bij mij, in het rijk van vrede!

— „Bestaan", hebt gij gezegd, o heer, „heeft daar geen geldigheid. Niet-bestaan heeft daar geen geldig beid." En oók deze leer, dat noch bestaan, noch nietbestaan geen geldigheid langer hebben — ook deze heeft daar geen geldigheid. Er is niets wat daar geldigheid heeft en allerminst heeft niets dat. Zoo heb ik het nu begrepen. •

Toen glimlachte de Buddhagedaante met een stralenden glimlach.

— Nu begin ik ook de trekken te onderscheiden. Ik perken hem onduidelijk, als een spiegelbeeld in stroomend water. O, houdt het vast, Vasitthi!

Vasitthi zag om zich heen in de ruimte. De ruimte was ledig.

Toen wierp Vasitthi haar eigen stoffelijkheid in de astraalmassa van het beeld.

Kamanita, bemerkte dat Vasitthi verdween. Maar zooals een stervende een erfenis nalaat, zoo het ook Vasitthi §iem het Buddhabeeld na, hetwelk met hem alleen in de

Sluiten