Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Want niemand kan in waarheid zichzelf helpen, zonder daarmede allen te helpen. —

Toen ontdekten eerst enkelen en daarna meerderen der sterregoden, dat er een onder hen was, die niet als de overigen steeds helderder en helderder begon te schijnen, doch die integendeel bestendig aan glans verloor.

En zij riepen hem toe:

— Hei, broeder, zie toch naar den honderdduizendvoudigen Brahma, opdat uw glans moge toenemen en gij evenzoo moogt schijnen als wij! Ook gij, broeder, zijt immers geroepen om den glans van den hoogsten god zalig te weerspiegelen! —

Doch terwijl zij hem aldus toeriepen, zag noch hoorde Kamanita hen.

En daar de goden hem bestendig donkerder zagen worden, werden zij zeer over hem bekommerd. En eendrachtig wendden zij zich tot Brahma:

— Groote Brahma! Verlichter en instandhouder! O, zie toch dat arme wezen, dat te zwak is om ons na te volgen, wiens glans af- inplaats van toeneemt! O, richt toch uw opmerkzaamheid op hem; verlicht hem, wek hem op! Ook hem hebt gij immers geroepen, opdat hij uw glans zalig zal weerspiegelen! —

En de groote Brahma, die vervuld was van zorg voor ëlk wezen, richtte nu zijn opmerkzaamheid op Kamanita, om hem op te wekken en te sterken.

Doch niettemin nam Kamanita's glans voortdurend af.

Toen deed het den grooten Brahma meer leed dat dit eene wezen zich niet door hem het opwekken en zijn glans niet deed weerspiegelen, dan dat het hem

Sluiten