Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verheugde, honderdduizend werelden zijn hcht in zich te zien opnemen en jubelend zijn lof te verkondigen.

En een groot gedeelte van zijn goddelijke lichtsterkte — toereikend om honderdduizend werelden te verlichten — trok hij tot zich terug en richtte dit op Kamanita.

Maar Kamanita's glans nam nog voortdurend af, alsof hij zijn algeheele uitdoovig tegemoet ging.

Nu werd Brahma in de hoogste mate ontsteld en angstig:

— Deze enkele onttrekt zich aan mijn macht — ben ik dan niet almachtig? Ik ken den weg niet dien'hij gaat — ben ik dan niet alwetend ? Want deze dooft niet uit, zooals wezens door den dood uitdooven, om opnieuw geboren te worden naarmate hunner werken. En evenmin zooals werelden uitdooven in den Brahmanacht, om opnieuw hcht uit te stralen wanneer de Brahmadageraad aanbreekt. Welk hcht schijnt er dan voor hem, dat hij het mijne versmaadt ? Dan bestaat er dus een hcht, dat meer stralend is dan het mijne ? Dan is er dus een weg, die mijn weg tegengesteld is — een weg naar het onbetredene? Zou ik zelf ooit dien weg willen volgen — den weg naar het onbetredene? —

En ook alle sterregoden werden zeer ontrust, uiterst ontsteld:

Deze enkele onttrekt zich aan de macht van den grooten Brahma — dus is de groote Brahma dan niet almachtig? Welk licht schijnt er dan wel voor hem, dat hij het hcht van den grooten Brahma versmaadt? Dan is er dus een licht dat heerlijker is dan het goddelijke, dat wij zalig weerspiegelen? Zoo is er dus een weg die onze weg tegengesteld is? Een weg naar het

Sluiten