Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Daar is de kapitein!" zeiden de avonturiers tegen elkander. De nieuw aankomenden stegen af, gaven aan een paar toeschietende bedienden de teugels hunner paarden over en richtten zich met haastige stappen naar de tent. Aldaar gekomen zijnde, bleef de eerste staan en zeide tegen zyn metgezel: 8

„Caballero, ik heet u welkom in ons midden; al zijn wij zeiven arm zullen wij het weinige dat wij hebben volgaarne met u deelen."

„Ik zeg u dank" antwoordde de tweede met een lichte buiging maar ik zal van uwe beleefde gastvrijheid geen lang gebruik maken; morgen met het krieken van den dag. zal ik, zoo ik hoop, genoeg rust hebben genoten om myn reis voort te zetten."

„Handel naar uw eigen goedvinden; maar schik u in allen geval bij het vuur, dat voor my is gereed gemaakt, terwyl ik mij eenige oogenblikken in deze tent begeef; zoo aanstonds kom ik terug en zal ik de eer hebben u gezelschap te houden."

De vreemdeling boog, en trad naar het vuur, dat op korten afstand van de tent brandde, terwijl de kapitein naar binnen ging en het gordyn achter zich vallen liet, dat hem voor de oogen van zijn gast verborg.

Laatstgenoemde was een man met scherp geteekende trekken, en zijn korte forsch gespierde ledematen gaven buitengemeene kracht te kennen; ettelyke rimpels op zyn krachtvol gelaat schenen aan te duiden, dat hij den middelbaren leeftijd reeds voorbij was, ofschoon zyn stevig gebouwd lichaam nog geen spoor van verval vertoonde, en geen enkel grijs haar zijn langen dichten haarbos verzilverde, die zoo zwart was als een ravenwiek. Deze man droeg het kostuum der rijke Mexicaansche haciendero's of landedelen, namelyk de manga, de bontgestreepte zarapé, een fluweelen calzoneras, aan de knieën open, en een paar botas vaqueras, of koeherders laarzen; aan den bol van zyn vigonia-wollen met gouden galon omboorden hoed, was een ryke met kostbare diamanten versierde toquilla of kap vastgehecht; een machete zonder scheede hing aan zijn rechter heup in een eenvoudigen ijzeren ring; de loopen van twee zeeschots revolvers blonken in zyn buikriem, en naast hem op het gras lag zijn Amerikaansche prachtig met zilver gedamaskeerde buks.

Nadat de kapitein hem alleen had gelaten, nam de onbekende plaats by' het vuur en maakte het zich zoo gemakkely'k mogelijk ; hy spreidde namelyk zyn mantel en zyn wapenen derwijze uit, dat ze hem des noods tot nachtleger konden dienen, en wierp toen een gluipenden blik in 'trond, welks uitdrukking den avonturiers zonder twijfel veel te denken zou hebben gegeven, zoo zij dien hadden kunnen opmerken; maar zy waren thans te druk bezig met zich in het kamp te legeren en hun souper te bereiden; en zy verlieten zich te zeer op de goede trouw der prairiën, om veel acht te slaan op den vreemdeling, die zich aan hun gastvry' vuur kwam nederzetten, om zich een oogenblik te bekommeren over hetgeen hij deed.

Na eenige minuten te hebben rondgestaard en nagedacht, stond de onbekende op en trad naar een der verzamelde groepen waar de jagers in levendig gesprek schenen en gesticuleerden met al de drift der rassen van het Zuiden.

„Wacht I" riep een van hen, toen hij den vreemdeling zag aankomen, „deze heer zal ons wel met een enkel woord kunnen inlichten."

Sluiten