Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op hetzelfde oogenblik verscheen de kapitein aan den ingang der tent.

„Ik vraag u verschooning," zeide hij met die bevallige hoffelijkheid, welke den Spaansch-Amerikanen schijnt aangeboren te zijn, „ik vraag u verschooning, senor caballero, dat ik u zoo lang liet wachten, maar gebiedende plicht / vorderde myn tegenwoordigheid elders; thans ben ik geheel tot uw dienst."

De onbekende boog en antwoordde schier even beleefd:

„Integendeel, ik ben het, die mij verontschuldigen moet, dat ik zoo zonder complimenten van uwe gastvrijheid gebruik maak."

Geen woord meer hierover, bid ik u, of gij moest mij met noodelooze plichtplegingen willen bezwaren." Met deze woorden zette de kapitein zich naast zyn gast.

„Wij zullen wat eten," vervolgde hij ; „het doet my leed dat ik u niets beters kan aanbieden ; maar die te velde trekt moet zich weten te behelpen; ik ben hier op mager rantsoen gezet, gelijk gij zien zult, een stuk tasajo (zoutevleesch) en wat roode boontjes met pepersaus."

„Dat laat zich wel gebruiken, en ik zou er zeker de noodige eer aan bewijzen, als ik den minsten eetlust had; maar in deze oogenblikken zou het mij ondoenlijk zijn, om een brok aan den mond te brengen, wat het ook wezen mocht."

„Zoo 1" sprak de kapitein, terwijl hij den onbekende een wantrouwenden blik toewierp.

Maar op het bedaard en open gelaat van zijn gast vertoonde zich zulk een ongekunstelde glimlach, dat hij zich schaamde over zijn voorbarigen argwaan, en zijn donkere blik terstond de vorige helderheid hernam.

„Het spijt mij wel, maar dan zal ik u verlof verzoeken om alleen te mogen eten, want om de waarheid te zeggen, caballero, ik moet u bekennen, dat ik letterlijk raas van den honger."

„Het zou mij zeer leed doen, als ik u het minste oponthoud veroorzaakte."

„Domingo 1" riep de kapitein, „breng mijn diner I"

De knecht — dezelfde, welken het paard van den vreemdeling zoo onzacht had omvergeworpen, liet zich geen oogenblik wachten, al trekbeende hij nog, en bracht in een houten schotel het diner van zyn chef; eenige geroosterde maïskoeken, die hij in de hand droeg, voltooiden den kloosterachtigen maaltijd.

Domingo was een Indiaansche mesties van ongunstig voorkomen met hoekige trekken en een norsch gezicht; men zou hem omtrent vijftig jaar oud schatten, indien het mogelijk is, den ouderdom van een Indiaan uit zijn voorkomen op te maken. Sedert zyn ongeval met het paard, droeg Domingo den onbekende een innigen wrok toe.

„Con 8U permiso, met uw verlof," zei de kapitein terwijl hij een der maïskoeken doorbrak.

„Ik zal intusschen een sigaar rooken, terwijl ik u gezelschap houd," antwoordde de vreemdeling met zijn onverstoorbaren glimlach.

De kapitein maakte eene beleefde buiging en viel op zyn sober maal aan met de graagte van iemand, die lang had moeten vasten. Wij zullen ons deze gelegenheid ten nutte maken, om den lezer zyn portret te geven.

Don Miguel Ortega, onder welken naam hij bij zyn gezellen bekend was, was een elegant en fraai jonkman, van hoogstens zes en twintig jaar. Zyn door de zon gebronsd gelaat was fijn besneden en zyn levendige oogen

Sluiten