Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Domingo kruiste den duim van zijn rechterhand over dien van zijn linker, richtte fier zijn hoofd op, en sprak met een vaste, nadrukkelijke stem: „Bij het heilige kruis des Verlossers, zweer ik, dat ik alles wat in mijn vermogen is zal aanwenden, om het geheim te ontdekken dat don Miguel Ortega zoo zorgvuldig zoekt te verbergen ; ook zweer ik, dat ik den caballero, met wien ik op dit oogenblik onderhandel, nimmer zal verraden; door dezen eed,, dien ik ten aanhoore van de drie caballeros, hier tegenwoordig, uitspreek, verbind ik mij, om, zoo ik hem ooit mocht breken, zonder mij te beklagen iedere straf, al ware het den dood zelf, te ondergaan, die deze drie caballeros zullen goedvinden mij op te leggen."

De eed thans door Domingo uitgesproken, was de zwaarste, die door een Spaansch-Amerikaan kon worden afgelegd; er bestaat geen voorbeeld dat zij dien ooit verbroken hebben. Don Stefano boog dus, ten volle overtuigd, dat de bandiet zijn woord zou gestand doen.

Op dit oogenblik knalden er plotseling verscheidene geweerschoten, gevolgd door een vreeselijken oorlogskreet kort in de nabijheid.

Vrij-Kogel ontstelde er van. „Don José," zeide hij tegen den vreemdeling, hem de hand op den schouder leggende. „God helpe ons I keer naar het kamp terug; den volgenden nacht zal ik u waarschijnlijk meer nieuws kunnen vertellen."

„Maar dat schieten dan ?"

„Maak h niet ongerust, ga terug naar het kamp, zeg ik u, en laat mij handelen."

„Nu, als gij het zoo wilt, zal ik gaan." „Tot morgen ?" „Ja, tot morgen."

„En ik nu ?" riep Domingo, „caratnba I kameraden, als gij met messen gaat spelen, zoudt gij mij dan niet mee kunnen laten doen V' De oude jager keek hem oplettend aan.

„Wel I" zeide hij, zich een oogenblik bedacht hebbende, „uw idee is zoo kwaad niet, kom dan maar meê, als gij het verlangt."

„Dat komt juist goed, nu heb ik dadelijk een voorwendsel gevonden voor myn afwezigheid."

Don Stefado begon te lachen; nadat hij Vrij-Kogel nog eens aan hunne samenkomst voor den volgenden nacht had herinnerd, verliet hij het boschje, en richtte zyn schreden naar het kamp.

De beide jagers en de mesties bleven alleen.

IV.

INDIANEN EN JAGERS.

Op de plaats waar zich de drie jagers bevonden, vormde de Rio-Colorado, gelijk wij reeds gezegd hebben, een zeer breeden stroom, welks zilveren wateren zachtens voortkabbelden door een schilderachtige streek. Nu eens,

Sluiten