Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Loer-Vogel glimlachte.

„De Vliegende-Arend heeft talrijke vrienden, " zeide hij ; hij is op dit oogenblik in het kamp der bleek-gezichten gevlucht, welks wachtvuren de Roode-Wolf hier in de verte kan zien schitteren; laat mijn broeder maar even luisteren, ik meen reeds voetstappen in het bosch te hooren."

De Indiaan stond verschrikt op. Op hetzelfde oogenblik traden er drie mannen de kampplaats binnen; de drie mannen waren Vrij-Kogel, Ruperto en Domingo.

Zoodra zij hen gezien hadden, sprongen de Apachen, die hen zeer goed kenden, onstuimig op, slaakten een kreet van verbazing, om niet te zeggen van angst en ontsteltenis, en grepen terstond naar hunne wapenen. De drie jagers vervolgden echter bedaard hun weg en naderden ongestoord, oogenschijnlijk zonder op deze vijandige vertooning acht te geven.

Wij moeten hier met weinige woorden de verschijning der jagers toelichten, teneinde de wijziging, die hunne tusschenkomst waarschijnlijk in den staat van zaken zou te weeg brengen, te kunnen begrijpen.

V.

WEDERZIJDSCHE OPHELDERINGEN.

Vrn-Kogel en zijn twee kameraden hadden, dank zij de gunstige plaats waar zij stonden, niet alleen wat er in het kamp der Apachen omging, kunnen zien, maar tevens zonder een woord er van te missen alles gehoord wat er tusschen Loer-Vogel en den Roode-Wolf gesproken was.

Sedert vele jaren reeds waren de twee Canadeesche jagers nauw aan elkander verbonden; menige stoutmoedige onderneming die de woudloopers gewoon zijn tegen de Indianen te wagen, hadden zij samen beraamd of uitgevoerd ; zij hadden voor elkander geen. geheimen; alles was onder hen gemeenschappelijk, hunne vijanden zoowel als hunne vrienden.

Vrij-Kogel was dus volmaakt goed op de hoogte van het onderwerp, hetwelk door den Roode-Wolf ter. sprake werd gebracht, en zoo zekere redenen, die wjj later zullen vermelden, het hem niet hadden belet, zou hij waarschijnlijk zijn vriend in het ontvoeren der Wilde-Roos uit de macht van den Apachen-chef hebben bijgestaan. Maar hoe goed hij ook met deze zaak bekend was, bleef er toch altijd één punt duister voor hem, namelijk, de vreedzame tegenwoordigheid van Loer-Vogel in het kamp der Indianen na den strgd, van welken hij de kreten en de geweerschoten had gehoord en die hier in vriendschappelijk gesprek scheen te eindigen.

Door welken vreemden samenloop van omstandigheden kwam het, dat Loer-Vogel, de man die de listen der Indianen het best kende en wiens roem van behendigheid en moed algemeen onder de jagers en strikkenzetters van het Westen verspreid was, zich in zulk een gevaarlijke positie bevond, te midden van dertig a veertig Apachen, de meest geslepen, verraderlijkste en wildste Indianen-stam van allen die in de woestijn rondzwierven? Dit was

Sluiten