Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De evangelista meesmuilde hoofdschuddend en schoof zijn in zilver gevatten bril met ronde glazen, hoog op zijn voorhoofd.

„Ho! ho!" riep hij met een geheimzinnig lachje, „er komen brave lieden genoeg in mijn ministerie, mooie „cliérubin d'amour." "

,,'tls mogelijk," hervatte de soldaat, hem zonder plichtpleging terugduwend en het winkeltje binnentredend, „ik beklaag ze allen die onder de greep van zulk een roofvogel komen als gij ; maar dat is eigenlijk de reden niet waarom ik thans hier kom."

„Misschien zou het voor u en voor mij beter zjjn, als uwe bezoeken een ander doel hadden dan hetgeen u hier heen trekt," opperde de oude beschroomd. ,. ,

„Houd op met uwe predikatie, maak de deur dicht, sluit uw blinden, zoodat niemand daarbuiten ons ziet, en laten wij samen praten; wij hebben geen tijd te verliezen."

De oude antwoordde niet; hij begon dadelijk, met meer vlugheid dan men van hem zou verwacht hebben, de blinden te sluiten, die zijn pothuis des nachts tegen de rateros (dieven) moesten beschermen; daarop nam hij plaats bij zijn gast, na vooraf zorgvuldig de deur van binnen te hebben gegrendeld.

Deze twee mannen, beschenen door het licht van een walmende candU (keukenlamp), maakten met elkander een zonderling contrast: de een jong, schoon, sterk en stoutmoedig, de ander oud en gebrekkig, geveinsd en^gluiperig, wisselden zij ter sluiks blikken van onverklaarbare beteekenis. Onder het masker van vriendschap verschool zich waarschijnlijk een diep gewortelde haat, en terwijl zij met zachte stemmen oor aan oor zaten te praten, geleken zij twee duivels van verschillende soort die op den val van een engel uit waren.

De soldaat was de eerste die het woord weder opvatte ; hij sprak zoo zacht, als ware hij bang dat de wanden van het gesloteji pothuis hem zouden hooren.

„Hoor eens, Tio Leporello, fluisterde hij, „het wordt tijd dat wij ter zake komen en elkander verstaan, de klok der Sagrario heeft reeds half elf geslagen, spreek dus, wat hebt gij voor nieuws?"

„Hm 1" hernam de andere, „niet veel bijzonders."

De sergeant wierp hem een argwanenden blik toe, en scheen zich te bezinnen.

,,'t Is waar ook," zeide hij een oogenblik later, „ik dacht er met meer om; waar zijn mijn hersens toch ?"

Hij grabbelde in den borstzak van zijn uniformrok, en haalde een wel voorziene' beurs te voorschijn; door de groen zijden mazen zag men een aantal goudstukken blinken van verscheidene onzen zwaarte; vervolgens nam hij een lang knipmes, dat Bij opende en naast zich op de tafel legde. De oude ontroerde op het gezicht van het scherpe mes, welks blauwe staal dreigend glinsterde in de schemering ; thans opende de soldaat zijn beurs en stortte een vroolijk ruischende kaskade van goudstukken voor zich uit op de tafel. De evangelista vergat oogenblikkelijk het mes, om zich met niets anders bezig te houden dan met het goud, welks liefelijke klank hem aantrok als een onweerstaanbare magneet.

De soldaat was onder dit alles te werk gegaan met de koelbloedigheid van iemand, die zich bewust is, alles afdoende middelen in handen te hebben.

Aimard. Spoorzoakar. 6e dr. 3

Sluiten