Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Povre nina f" (bet arme kind) riep de evangelista, terwjjl hij zich met zijn kromme vingers de droge oogen afwischte.

„Houd toch op met dat gehuichel, daar geloof ik toch niets van; is dat alles wat zij u gezegd heeft ?"

„Nagenoeg," zeide de oude aarzelend.

De sergeant keek den evangelista strak aan.

„Er is dus nog iets ?" vroeg hij, hem eenige goudstukken toewerpende, die Tio Leporello dadelijk deed verdwijnen. „Bijna niets."

„Spreek op, Leporello, hoe weinig het wezen mag; gij zult zelf wel weten dat de hoofdzaak van een brief gewoonlijk in een post scriptum staat."

„Toen zij myn bureau verliet, wenkte de Senorita een providencia *) die juist voorbij reed; het rijtuig hield stil, en ofschoon het jonge meisje zeer zacht sprak, hoorde ik haar tegen den koetsier zeggen: Naar het Bernardijner klooster 1"

De sergeant huiverde onmerkbaar.

„Hml" riep hij op een toon van meesterlijk gespeelde onverschilligheid, „dat adres beteekent niet veel ; maar geef mij intusschen het overgedrukte blad."

De evangelista grabbelde in zijn lade en haalde er een blad wit papier uit te voorschijn, waarop eenige woorden in bijna onleesbare krabbels stonden.

Zoodra de sergeant het blad in handen had en met de oogen doorliep, scheen de inhoud hem groot belang in te boezemen, want hij verbleekte zichtbaar en een zenuwachtige rilling liep hem door de leden ; maar hij herstelde zich bijna oogenblikkelijk.

,,'t Is goed," zeide hij, het blad in kleine stukjes scheurende; — „zie daar, dat is voor u," vervolgde hij en wierp den ouden briefschrijver nog een hand vol goudstukken toe.

„Dank je, caballero 1" riep Tio Leporello en wierp zich met drift op het kostbare metaal, terwijl hij tevens naar het mes greep.

Een spotachtige glimlach plooide zich om de lippen van den soldaat; hij rukte den oude het mes uit de hand en van het oogenblik gebruik makende waarop Leporello bukte om het goud op te rapen, stak hij hem het mes byna tot aan het heft tusschen de beide schouders. De stoot was zoo behendig gemikt en met zulk een vaste hand toegebracht, dat de oude woekeraar als een logge klomp voorover viel, zonder een klacht of zucht te slaken. Don Annibal zag hem een oogenblik koelbloedig en onverschillig aan ; toen door de bewegingloosheid van zijn slachtoffer gerust gesteld, meende hij dat hij dood was.

„Komaan," bromde hij, dat is zoo veel beter, nu zal hij ten minste niet klappen."

Na deze philosofische lijkrede wischte de moordenaar bedaard het mes af, raapte zijn goud bijeen, blies de lamp uit, opende de deur, sloot die weder achter zich en verwijderde zich met rustigen, ofschoon min of meer versnelden tred, als iemand die te lang is uitgebleven en zich haasten moet om thuis te komen.

De Plaza Major was eenzaam en stil.

1) Naam der huurrijtuigen in Mexico. .

Sluiten