Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Valqame dios! Senor don Torribio," riep hij op een toon van diepen eerbied, „wie zou u onder die ellendige plunje hebben herkend 1 Kom binnen, men wacht u met ongeduld."

Met deze woorden haastte de man zich, even onderdanig als hy eenige oogenblikken te voren barsch was geweest, om de ketting af te lichten en de deur geheel te openen.

,,'tls niet noodig, Pepito," hernam de soldaat, „ik zeg u nog eens dat ik niet binnen kom I Met hun hoevelen zijn ze?"

„Met hun twintigen, Senor."

„Gewapend ?"

„Ten volle." > , t

„Laat hen dan oogenblikkelijk afkomen; ik zal ze hier wachten, mijn

zoon, de tijd is kort."

„En gij dan Senor ?" .

„Breng mij een hoed, een mantel, mijn degen en mijn pistolen, maar gauw

wat, haast u.' J . .....

Pepito wachtte niet tot het hem voor de tweede maal gezegd werd; hij liet de deur open en liep op een drafje naar binnen.

Eenige minuten later stormden een twintigtal bandieten tot aan de tanden gewapend de trap af en de straat op, suizebollend en tegen elkander tuimelend Toen zij den sergeant in 't oog kregen, groetten zy hem eerbiedig en op zijn wenk bleven zij zwijgend en onbewegelijk staan.

Pepito bracht de voorwerpen, gevraagd door den man die zich bij den evangelista don Annibal noemde, maar hier don Torribio heette en die nog wie weet hoeveel andere namen had, doch dien wij vooreerst zijn laatsten

naam zullen laten behouden.

Ziin de paarden gereed ?" vroeg don Torribio, terwijl hij zijn uniform met den mantel bedekte, een langen degen aangespte, en een paar pistolen met dubbelen loop in zijn gordel stak.

Ja, Senor," antwoordde Pepito, met den hoed in de hand.

"GÖed mijn zoon; breng ze waar ik u gezegd heb; maar daar het thans nacht en dus verboden is om te paard op straat te verschijnen, zult ge wel doen op de celadores (ijveraars) en serenos (nachtwakers) te letten.

De bandieten barstten los in een schaterend gelach, op deze zonderlinge

^aldaar*," zei don Torribio terwijl hij den hoed met breeden rand opzette, dien Pepito hem gebracht had, „dat is klaar: thans kunnen wij vertrekken; luistert aandachtig, caballeros."

De leperos en andere gauwdieven uit welke de bende bestond, zich gevleid voelende dat zij als caballeros werden toegesproken, traden dichter bij don Torribio om hem des te beter te kunnen verstaan.

Deze vervolgde: . .

Wanneer twintig mannen zich in een enkelen troep in de straten vertoonden, zouden zij zeker de aandacht en achterdocht der politieagenten wekken; het is derhalve voor het welslagen der onderneming, waartoe ik u te zamen riep, hoogst noodig dat wij voorzichtiger te werk gaan en vooral de meeste geheimhouding gebruiken; gij zult u dus verspreiden en ieder afzonderlijk u naar de muren van het Bernardijnen-klooster begeven; daar aankomende zult gij u zooveel mogelijk verbergen, een onverschillige houding

Sluiten