Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pater gardiaan der Franciscanen heeft mij aanbevolen om u drie flesschen wonderwater te vragen."

In 't voorbijgaan moeten wy hier aanmerken, dat ieder klooster in Mexico zeker geneesmiddel of wonderwater bezit, dat de kracht heeft om alle kwalen te genezen en waarvan de opbrengst ten voordeele der stichting komt. Omtrent de genezende wonderkracht van dit water zouden wij niets durven zeggen, daar wij het nooit op ons zeiven hebben toegepast, maar dat zulk een algemeen werkend geneesmiddel duur verkocht wordt en aan het klooster groote inkomsten verschaft, laat zich licht begrijpen.

„Santé Maria, drie flesschen ?" riep de oude, terwyl hare oogen glinsterden van genoegen by de buitengewone aanvraag van den pulquero, — „drie flesschen I" hernam zy.

„Ja, zuster. Ik vraag u tevens verlof om een oogenblik te rusten, daar ik zoover heb moeten loopen; en bovendien de angst over mijn zieke vrouw en kinderen heeft mij zoo ter neergeslagen dat ik nauwelyks op myn beenen kan staan."

„Arme ziel," riep de portierster medelijdend.

„O, gij zult er mij wezenlijk een dienst mede bewyzen, zuster.

„Senor Templado, zie even rond, bid ik u, em u te overtuigen dat er niemand, in de straat is; wij leven in zulk een slechten tyd dat men nooit te voorzichtig kan zijn." •

„Er is niemand, zuster," antwoordde de pulquero, terwijl hy de bandieten een wenk gaf om zich gereed te houden.

„Dan zal ik u de deur openen."

„De hemel zal u loonen, zuster."

„Amen!" zei de oude non.

Thans hoorde men den sleutel in het slot omdraaien, de grendèls afschuiven, en de deur werd geopend. „Kom gauw binnen, broeder," riep zij.

Maar Salado had zich intusschen voorzichtig teruggetrokken, om aan don Torribio zijne plaats in te ruimen.

Deze wierp zich terstond op de oude portierster; eer zij tijd had om zich te herstellen, greep hij haar by de keel en kneep die met de beide handen als in een schroef.

„Als gij een woord spreekt, oude tooverheks," riep hij haar in 't oor, „draai ik u den hals om."

Verbijsterd door dezen onverhoedschen aanval, van iemand wiens gezicht met een zwart masker bedekt was, schrok de oude vrouw zoo geweldig, dat zij op den grond viel en geheel buiten kennis liggen bleef.

„Dat duivelsche wijf 1" riep don Torribio, verstoord over de onverwachte gevolgen van zyn woest bedrijf, „wie zal ons nu den weg wijzen ?"

In 't eerst beproefde hij de portierster weder tot bewustzijn te brengen; doch weldra ziende dat dit niet gelukken zou, gaf hij twee der zijnen een wenk om haar stevig te binden en een prop in den mond te steken ; vervolgens, na deze twee aan de deur op schildwacht te hebben geplaatst, maakte hij zich van den sleutelbos meester dien de oude non bij zich droeg en drong het klooster in, gevolgd door al zijn kameraden, om het eigenlijke verblijf der nonnen op te sporen. Het ging alles behalve gemakkelijk om in dit eindelooze doolhof van gangen en cellen den weg naar de kamers der

Sluiten