Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het jonge meisje ontroerde van verbazing, bijna van vrees. „Kent gij mij dus ?" riep zij.

„Ik heb u immers gezegd dat ik alles wist ? Kom, mijn kind, al was het niet om u zelve, doe het dan om harentwil; ga met mij mede en dwing mij niet om u hier achter te laten, in handen van vijanden die u met gruwzame straSen bedreigen."

„Gy wilt het zoo," stamelde zij treurig. 'Vi'w

„Uw vriendin smeekt het u, door mijn mond."

„Welnu, het zij dan zoo, het offer wordt gebracht; ik zal u volgen, ofschoon ik niet weet of ik er wel of slecbt aan doe; maar al ken ik u niet en al verbergt uw masker u voor mijn oog, ik wil uw woorden gelooven ; het schijnt mij toe dat gij een edel hart bezit, de Hemel verhoede dat ik hierin dwaal."

„Alleen God die goed en barmhartig is kan u dit besluit ingeven, myn arm kind."

Dona Luisa liet het hoofd op de borst hangen, zij slaakte een zucht, en dreigde in tranen uit te barsten. 'gtyf

De bende was de bewoonde cellen reeds voorbij en doorliep op dit oogenblik de holle gangen en kluizen, die sedert jaren ledig hadden gestaan.

„Waar voert gij ons heen, myn kind ?" vroeg don Torribio ; „ik dacht dat de grafkelders in dit klooster, even als in alle anderen, zich onder den vloer der kerk bevonden."

Het jonge meisje glimlachte droevig.

„Ik geleid u ook niet naar de grafkelders," antwoordde zij met een bevende stem.

„ Waarheen dan ?" „Naar het in pace f"

Don Torribio smoorde een bittere verwensching. „O 1" mompelde hij.

„De doodkist die hedenmorgen voor aller oog in den grafkelder nederdaalde," vervolgde dona Luisa, „bevatte werkelijk het lijk der arme Laura; daar volgens het oude kloostergebruik, de dooden niet anders dan in volle nonnenkleeding met het aangezicht onbedekt mogen begraven worden, kon men hier onmogelijk anders handelen ; maar zoodra was de plechtigheid niet afgeloopen en waren al de nonnen naar hare cellen teruggekeerd, of de kerkdeuren werden voor de toeschouwers gesloten en de abdis gaf bevel om den steen van den grafkelder, die nog niet verzegeld was, weder af te nemen, en het lijk naar het in pace in het meest afgelegen gedeelte van het klooster over te brengen. Maar — hier zyn wij er reeds," riep zij stilstaande, terwijl zij met de hand een groote zerk aanwees, die op den vloer lag, midden in de ruime zaal waar zij thans binnentraden.

Het tooneel had iets treurigs en huiveringwekkends: die holle, geheel ledige zaal, die gemaskerde mannen in groepen verzameld rondom het jeugdige, geheel in 't wit gekleede meisje, en alleen verlicht door het roode schijnsel der walmende toortsen, dit alles had een treffende overeenkomst met de geheimzinnige veemgerichten der middeleeuwen, wanneer de vrijmannen zich vergaderden om keizers en koningen te vonnissen.

„Neemt die zerk weg," riep don Torribio met doffe stem.

Na eenige krachtige pogingen was de steen afgetild, en nu opende zich

Aimvd, Spoorzoeker, 8* dl. 4

Sluiten