Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een donker keldergewelf, waaruit een lauwe walm opsteeg. Don Torribio nam een toorts en bukte om in de opening te zien.

„Wat is dat ?" vroeg hij een oogenblik later, „die kelder is geheel ledig."

„Ja," antwoordde dona Luisa eenvoudig, „wie gij zoekt ligt nog lager.'

„EagerI wat bedoelt gij met lager?" riep hij, terwijl hij zyn ontroering nauwelijks meester bleef.

„Deze kelder is niet diep genoeg, men zou die te gemakkelijk ontdekken, of het geschreeuw der gemartelden daar buiten kunnen hooren weergalmen ; er zyn drie kelders van dezelfde grootte als deze, en boven elkander gebouwd. Wanneer de abdis, om een of andere reden, een der zusters wil doen verdwijnen én haar voor altijd van de levenden afzonderen, wordt zulk een non in den ondersten kelder gesloten, die men de hel noemt! Daar smoort ieder gerucht, iedere zucht blijft onbeantwoord, iedere klacht is te vergeefs. O I de inquisitie wist hare zaken wel te overleggen, en daarbij is zij nog te kort geleden in Mexico opgeheven om al hare werktuigen in de kloosters te doen verdwijnen; zoek dus lager, caballero, zoek dieper."

Bij deze woorden voelde don Torribio het koude zweet op zijn voorhoofd parelen, hij dacht dat hij aan de nachtmerrie ten prooi was. Terwijl hij met de uiterste inspanning zyn woede bedwong, daalde hij langs een touwladder, die aan een der wanden van het onderaardsch gewelf hing, in den kelder af, door eenigen zijner gezellen gevolgd.

Hier vonden zy een tweeden steen, volkomen gelijk aan den vorige. De steen werd opgeheven, en don Torribio stak zyn toorts in de holle spelonk.

„Zy is ledig 1" riep hy verschrikt.

„Nog lager, zeg ik u I Zoek lager," herhaalde de zwakke stem van dona Luisa, die aan den rand van den bovenkelder stond.

„Wat had dit beminnelijke schepsel toch misdreven, dat zij zoo verdiende gemarteld te worden?" brulde don Torribio bijna krankzinnig van smart.

„Gouddorst en haat zijn twee helsche raadgevers, antwoordde het jonge meisje; „maar haast u, haast u toch! iedere minuut langer is een eeuw voor haar die ü wacht."

Don Torribio, door een ontembare woede aangegrepen, ging terstond aan 't werk om den derden steen af te lichten. Na weinige oogenblikken zag hy zyn arbeid bekroond.

Nauwelijks was de steen opgeheven, of zonder op de stiklucht acht te geven, die uit het open graf opsteeg en zyn toorts bijna deed uitgaan, bukte hy voorover in de diepte.

Ik zie haar; ik zie haar!" brulde hij met eenn stem die in het holle gewelf meer geleek op die van een tijger, dan van een mensch,,

En zonder op antwoord te wachten, of zelfs vooraf de hoogte te meten, sprong hy in den kelder. • #

Eenige minuten later klom hij naar boven eu verscheen hij weder in de zaal, met het levenlooze lichaam van dona Laura in zyn armen.

„Terug, vrienden! keeren wy' terug!" riep hy zijn metgezellen toe; „blyven wy geen seconde langer dan noodig is, in dit verblijf van wilde dieren in menschelijke gedaante."

Op zyn gebiedenden wenk werd ook dona Luisa door een der bandieten

Sluiten