Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opgenomen, en allen verwijderden zich op een draf naar den uitgang van het klooster. Weldra bereikten zij de plaats waar de abdis lag.

Zoodra deze hen gewaar werd, deed zij eene geweldige maar vruchtelooze poging om hare banden los te rukken, en kronkelde zich als eene slang, terwijl zij de mannen die haar snoode plannen hadden vernietigd, een blik van machtelooze woede en haat toewierp.

„Armzalige I" riep don Torribio, die haar dicht voorbij ging en verachtelijk met den voet schopte, „wees vervloekt, doemwaardige, uw straf begint, daar uw slachtoffer u ontsnapt."

Door een dier pogingen, die alleen de haat wanneer hij zijn hoogste toppunt bereikt, mogelijk maakt, gelukte het de abdis haar mondprop een weinig te verschuiven.

„Misschien 1" krijschte zij met een gil, die don Torribio als een doodskreet in de ooren klonk.

Door deze laatste inspanning uitgeput, zonk zij in flauwte.

Vijf minuten daarna, was er in het klooster niemand behalve de gewone bewoners overgebleven.

IX.

VRIJ-KOGEL EN LOER-VOGEL.

Op deze hoogte van zijn verhaal gekomen, hield Vrij-Kogel op en begon hij met een nadenkend gezicht zijn Indiaansche tabakspijp te stoppen. Er volgde een langdurige stilte.

Zyn toehoorders, nog geheel onder den indruk dezer ongewone geschiedenis, veroorloofden zich geen enkele aanmerking. Loer-Vogel hief eindelijk het hoofd op.

„Dat is wel een zeer levendige en toch zeer treurige historie; maar neem mij niet kwalijk, oude en dierbare kameraad, als ik zoo vrij ben op te merken dat zij in niet het minste verband schijnt te staan met hetgeen er rondom ons gebeurt, noch met de gebeurtenissen in welke wij waarschijnlijk betrokken zullen worden, noch die waarvan wij tenminste belangstellende aanschouwers zullen zijn."

„Zeker, zeker," beweerde Ruperto, „wat hebben wij woudloopers met de gebeurtenissen te maken die er in Mexico, of in eenige andere stad in "'.het* binnenland voorvallen'? '! Wij zijn hier in de wildernis om te jagen, strikken jj te zetten, of tegen de Roodhuiden te vechten, alle andere zaken gaan ons volstrekt niet aan."

Vrij-Kogel schudde bedenkelijk het hoofd en legde met een air van gewicht werktuigelijk zyn pijp naast zich neer.

„Gy vergist u, vrienden," hervatte hij; „meent gij dan dat ik over uw tijd zou hebben beschikt om u zulk een lang verhaal te doen aanhooren^zoojhet voor ons allen inderdaad geen hoogst gewichtige beteekenis had ?"

„Verklaar ujdan nader, vriend," zei Loer-Vogel, „want wat mij betreft,

Sluiten