Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stem Nu gij het zegt, moet ik bekennen dat gij gelijk hebt, en dat ik er bang" voor begin te worden 1 Intusschen heeft die man my eenmaal een grooten dienst bewezen, ik heb niet de minste reden om hem te verdenken,

en .... , , ,

Loer-Vogel stond op en plaatste zieh vlak voor den jager. Vrii-Kogel," zeide hij op strengen toon, „wy zijn samen landgenooten, wü beminnen elkander als twee broeders; sedert vele jaren is de prairie ons gezamenlijk nachtleger en deelen wij elkanders geluk en ongeluk ; honderdmaal hebben wij elkanders leven gered, hetzy in den strijd met het wild gedierte, hetzij in den oorlog met de Indianen; zeg ik de waarheid,

°f TÏs?de waarheid, Loer-Vogel, 'tis de waarheid, en hy die anders sprak zou moeten liegen 1" antwoordde de jager getroffen.

Miin vriend en broeder, een groote misdaad is hier begaan of staat op het punt van begaan te worden; laten wy op onze hoede zyn, laten wy waken, zorgvuldig waken; wie weet of de Voorzienigheid ons met als middelen heeft uitverkoren om de schuldigen te ontmaskeren en de onschuldigen te doen zegevieren. Die don José, zegt gij, heeft verlangd dat ik my met u zou vereenigen, ik neem het aan; gy, Ruperto en ik, wy gaan samen naar het veer del Rubio, en wees verzekerd, vriend, nu ik weet wie de schuldige is, zal ik hem ook weten te vinden."

Ik heb het liever zoo dan anders," antwoordde de jager ongedwongen. Ik wil u wel zeggen dat de zonderlinge positie, waarin ik my bevond, mij zwaar op het hart woog. Ik ben maar een arme jager die van zulke schandelijke streken uit de steden niets begrijpt"

Gij zijt een eerüjk man, Vry-Kogel, uw hart en verstand zitten op de rechte plaats; maar intusschen verloopt onze tyd en ik geloof, nu wy het over de zaken eens zyn geworden en elkander verstaan hebben, wy goed zouden doen, dadelyk op weg te gaan." „Ik zal vertrekken zoodra gy wilt."

„Een oogenblik nogl zoudt gy Ruperto een poosje kunnen missen? ,Wel zeker."

„Waar is het u om te doen?'' vroeg Ruperto.

„Gy kunt my een dienst bewijzen." * Spreek op, Loer-Vogel, ik ben bereid.'

"Niemand weet wat er gebeuren kan; misschien hebben wy over een paar dagen bondgenooten noodig op welke wy staat kunnen maken; dte bondgenooten zou het hier aanwezige opperhooofd, zoo wy er bem om vragen ons licht kunnen verschaffen; vergezel hem dus naar zyn dorp, en zoodra gij er hem gebracht hebt, verlaat hem dan om ons spoor te volgen, zonder daarom echter dadelijk by ons te komen, zoo gy maar zorgt dat wy, wanneer het noodig mocht zijn, weten waar wy u vinden kunnen.

„Ik heb, u begrepen," zei de jager lakoniek terwyl hy opstond; „stel u

^.Ïoe'r-Vogel wendde zich nu tot den Vliegenden-Arend en legde hem uit wat hij van hem verlangde. ,

Mijn broeder heeft de Wilde-Roos gered," antwoordde het opperhoofd met edele waardigheid; „de Vliegende-Arend is eén Sachem in.zynjtam; ïwee honderd krasheden zullen op den eersten wenk van 4nyn vader het

Sluiten