Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik heb gisteren avond mijn paard en dat van Ruperto hier ergens in den omtrek gelaten, om de plaats te bereiken waar don José mij besproken had, een plaats waar ik niet anders kon komen dan met een prauw.

Ei ei 1 die brave beestjes komen ons juist van pas; wat mij aangaat, ik "wil u wel zeggen dat ik doodaf ben; ik heb zoolang in de prairie gemarcheerd, dat mijn beenen mij nauwelijks willeii dragen." „Kom dezen weg; wij zullen ze spoedig vinden."

Werkelijk hadden de jagers geen driehonderd schreden m de door VryKocel aangewezen richting gedaan, of zij zagen de twee paarden rustig erazen en peulvruchten of jonge struiken knabbelen. De edele dieren, toen rij het bekende fluitje hoorden, staken de fijne koppen op en galoppeerden de jagers vroolijk hinnikend tegemoet. Volgens de gewoonte in de prairiën waren zij niet gezadeld; alleen hing de bossal (hoofdstel) hun over den hals. De jagers brachten het tuig in orde, stegen te paard en stelden zich in b6W6£tinir«

Nu wij ieder een goed paard tusschen de beenen hebben, zijn wy zeker tijdig te zullen aankomen, zei Loer-Vogel; wy hoeven ons zelfs niet te haasten, maar kunnen op ons gemak samen praten: zeg eens, Vrij-Kogel, hebt gij don Miguel Ortega ooit gezien ?"

„Nooit, moet ik u zeggen."

„Dus kent gy hem niet." • Als ik mij op don José beroepen mag, is hy een schurk; wat my zeiven betreft, daar ik nooit iets met hem te doen heb gehad, zou ik moeilijk een eigen meening, hetzij goed of kwaad, van hem kunnen geven.'

„Dat is by my anders, ik ken hem."

„Ei!"

„Ja, door en door.

„Sinds lang reeds?" .

„Reeds lang genoeg; ik geloof tenminste dat ik in staat ben hem te

beoordeelen."

„Zoo; en wat denkt gij wel van hem ?' ' „Veel goeds, maar ook veel kwaads." „Te duivel I"

„Waarom verwondert u dit 1" Verkeeren met alle menschen zoo wat ra hetzelfde geval?"

„Min of meer, dat stem ik toe." Welnu hij is niet veel beter of slechter dan de meeste anderen ; toen ik dus dezen nacht begreep dat gij my over hem wildet spreken, heb ik u een ontwijkend antwoord gegeven en gezegd dat ik hem te weinig kende, daar ik uw vrijheid van handelen liefst niet wilde belemmeren; maar het is zeer wel mogelijk.dat uw meening te zynen opzichte weldra geheel zal veranderen, en gij u misschien beklagen zult over de huh? die gy tot hiertoe aan dien don José, zoo als gij hem noemt, verleend hebt. / -l

„Mag ik ronduit tot u spreken, Loer-Vogel, nu niemand ons hoort dan

God alleen ?" .. , , _

„Spreek vry, myn vriend, ik stel er prys op uw gevoelen gansch en

al te kennen." « . . j„.„„

Ik dan houd mij overtuigd dat gy van die geschiedenis die gy my dezen nacht verteld hebt, veel meer weet dan gij voorgeeft."

Sluiten