Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Het kan wel zijn dat gij gelijk hebt, maar waarom denkt gij dat ?" „Om meer dan een reden, en vooreerst om deze„Laat hooren."

„Gij schijnt mij veel te verstandig toe, en hebt te veel ondervinding in wereldsche zaken opgedaan, om in goeden ernst de verdediging op u te nemen van iemand, dien gij, volgens de beginsels die wij hier m de prairiën aankleven, veeleer moesten beschouwen — zoo niet als een vijand, dan toch als een van die lieden waarmede men zich niet gaarne bemoeit, en met welke het vaak zeer onaangenaam is in betrekking te staan."

Loer-Vogel begon te lachen. »

„Er is iets waars in betgeen gij zegt, Vry-Kogel," zeide hg.

„Niet waar ?

„Ik zal er met u geen doekjes om winden, maar ik zeg u, er bestaan goede redenen waarom ik de verdediging van dien man op mij heb genomen; over die redenen echter kan ik mij thans niet uitlaten ; zij zyn een geheim dat mij alleen in bewaring is gegeven: ik hoop nochtans dat gij spoedig alles weten zult, tot zoolang verzoek ik u in mijn oude vriendschap'te berusten en mij naar eigen goedvinden te laten handelen."

„Het zij zoo als gij zegt; intusschen begin ik nu meer licht in de zaak te krijgen, en wat er ook gebeuren mag, gij kunt op mij rekenen."

„Ik wist wel, vriend, dat wij het samen eens zouden worden ; maar houd u thans stil en laat niets blijken, wy zijn waar wij wezen moeten. — Te duivel! de Mexicanen hebben zich niet laten wachten, ik zie dat hun kamp reeds aan den oever der rivier is opgeslagen."

Werkelijk vertoonde zich op korten afstand een jagerskamp, dat aan de eene zijde tegen de rivier en aan de andere tegen het bosch steunende, in geregelde orde was aangelegd, door een verschansing met balen en gekruiste boomstammen versterkt en het front gericht naar de zijde aan de prairie. ,

De beide Canadeezen lieten zich door een der schildwachten aanmelden, en kregen zonder moeite verlof om binnen te komen.

Don Miguel Ortega was afwezig, de Gambucinos wachtten hem ieder oogenblik.

De jagers stegen af, kluisterden hunne paarden en zetten zich rustig neer bij het kampvuur.

Don Stefano Cohecho was, zooals hij den vorigen dag gezegd had, des morgens vroeg reeds vertrokken.

X.

NIEUWE PERSONEN.

Tot goed begrip van de volgende feiten, zullen wij, van ons recht als verhalers gebruik makende, ruim veertien dagen in ons verhaal terugtreden, om den lezer op een tooneel te verplaatsen dat met de gewichtigste voor-

Sluiten