Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vallen van dit avontuur in nauw verband staat, al speelt het eenige honderden mijlen ver van de plek waar het toeval onze hoofdpersonen verzameld had.

De Cordilleras Andes, een eindelooze bergketen, die onder verschillende benamingen het Amerikaansche vasteland in zijn geheele lengte van het noorden doorloopt, heeft vele uitgestrekte üanos of zoogenaamd tafelland met steden en dorpen en waar een talrijke bevolking leeft op hoogten, waar in Europa alle plantengroei verdwijnt. Als men de Presidio de Tubac — een vooruitgeschoven post der beschaving aan de uiterste grenzen der woestijn — voorbij is en dan het tierra caliente, of warme land, ongeveer honderd mijlen in zuidelijke richting is binnengetrokken, komt men eensklaps en zonder merkbaren overgang aan een der'grootste wouden der wereld, van niet minder dan drie honderd twintig mijlen lengte en ruim tachtig mijlen breedte.

Wie is in staat zich van zulk een onmetelijk natuurwoud een voldoende voorstelling te maken 1 De bedrevenste pen is onmachtig om de tallooze wonderen te beschrijven, die dit ondoordringbaar planten-weefsel, dit warbosch van boomen en gewassen in zich bevat; de stoutste schildering schiet te kort om er den indruk van weer te geven, zoo wonderbaar fantastisch en toch zoo majestueus ontzagwekkend als het zich voor de verbaasde oogen des reizigers vertoont. De stoutste verbeelding deinst terug voor de verkwistende weelderigheid dezer ongerepte natuurbosschen, die gestadig als uit hun eigen vernietiging herboren zich steeds met verjongde kracht en nieuwen rijkdom ontwikkelen ; reusachtige lianen, van boom tot boom en van tak tot tak slingerend, dringen zich hier en daar diep in de aarde, om er in voort te kruipen of opnieuw wortel te schieten, en een eind verder zich weder hemelwaarts te verheffen; zoo elkander kruisend in tallooze kronkelingen, vlechten zij zich samen tot een ontoegankelyken doolhof, om een schier onoverkomelijken slagboom te vormen, als ware de natuur jaloersch op haar eigen arbeid en als wilde zy hare geheimen verbergen voor den ongewijden blik of de schendende hand des stervelings, wiens vermetelde voet trouwens onder het somber gewelf dezer wouden slechts zelden en nimmer ongestraft gehoord word. Boomen van allerlei leeftijd en soort, als door de hand des toevals gezaaid, schieten hier op zonder orde of regelmaat, maar zoo dicht als halmen op een korenveld. De jongeren, die slechts enkelijke jaren tellen, rank en spichtig, zoeken te vergeefs een uitweg door het dicht gesloten gewelf der ouderen, wier trotsche kruinen de kracht der stormen en der eeuwen hebben verduurd, en die hunne machtige armen ver in het rond uitbreiden. Onder het schaduwrijk gebladerte murmulen heldere en koele bronnen, die, tusschen de spleten der rotsen ontsprongen, na tallooze wendingen zich verliezen in een of ander onbekend meer of rivier zonder naam wier bruischende stroom of kalme waterspiegel nog nimmer, sinds de ure der schepping, iets anders terugkaatste dan de wolken des hemels of het eenzame bladerdak dat zich geheimzinnig over hen uitbreidt.

Daar vermengen zich, in schilderachtige ordeloosheid en in de volle pracht hunner schoone en grootsche vormen, al de voortbrengselen der tropische plantenwereld: de acajou-boom, de palissander, de ebbenhoutboom, de knoestige mahonie, de zwarte-eik, de kurkboom, de ahorn, de zilverbladige mimosa, de tamarinde, de tulpenboomen en catalpa, spreiden hier in alle richtingen hunne takken, bekleed met bloemen, vruchten en bladeren, en vormen een

Sluiten