Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(verbrokkelde gronden) aan de roofvogels ten prooi gelaten; nog anderen, wellicht de ongelukkigsten van allen, zijn verdwenen zonder eenig spoor achter te laten, of zonder dat men ooit weder iets van henl heeft gehoord.

Door een samenloop van omstandigheden, te lang om hier te vermelden, doch die wij eenmaal hopen openbaar te maken, zijn wij ondanks eigen wil en keus verplicht geweest, in een dezer ontoegankelijke steden verblijf te houden; maar minder rampspoedig dan onze voorgangers, wier verbleekt gebeente wij als sombere gedenkteekenen hier en daar verstrooid hebben gevonden, is het ons gelukt, duizende gevaren te doorworstelen en ons leven, vaak op een wonderbare wijs, te redden. "

De beschrijving van het door ons bedoelde oord, die wij hier laten volgen, is dus met de meeste nauwgezetheid opgemaakt en kan door niemand worden gelogenstraft, daar wij spreken nadat wij gezien hebben. Quiepa-Tani, de eerste stad die zich voordoet zoodra men het onmetelijk oer-woud, waarvan wij straks een vluchtige schets gaven, is doorgeworsteld, strekt zich uit in een langwerpig vierkant van het oosten tot het westen. Een vrij breede rivier waarover hier en daar, van boomstammen en hanen, bruggen zijn geslagen van verwonderlijke lichtheid, doorstroomt de stad in haar geheele lengte. Aan iederen hoek van het vierkant verheft zich een verbazend groote rotsmassa, die aan de zyde welke over de vlakte uitziet, loodrecht is afgehouwen en tot een schier onneembare sterkte dient; deze vier citadellen zMn bovendien verbonden door een doorloopenden muur, van veertig voet . dikte Aan de binnen of stadszyde vormt deze'muur een talud of helling, die aan haar basis zestig voet breedte heeft. De muur is gebouwd van inlandsche, uit zandachtige met stroo vermengde klei gebakken bnksteenen, die men adobaa noemt; elke steen is omtrent een meter lang. Een diepe en breede gracht verdubbelt bijna de hoogte van den muur.

Door twee poorten komt men de stad binnen. Deze poorten hebben aan weerszijden een ronden toren met zoogenaamde peperbus-spitsen, die aan de oude stedepoorten van het middeleeuwsch Europa doen denken; wat deze gelijkenis nog meer versterkt, is een kleine van planken samengestelde bijzonder smalle brug, die bij het minste onraad kan worden opgehaald of weggenomen, en die het eenige middel uitmaakt om door de poort, naar

buiten te komen. ,. , ,, ,

De huizen zyn laag en loopen uit op terrassen, die met elkander in verband staan; zij zijn allen van riet, met cement bekleed en zeer licht gebouwd, wegens de aardbevingen welke in deze streek niet zeldzaam voorkomen ; maar zij zyn ruim, zeer luchtig en van vele vensters voorzien. Allen hebben slechts êène verdieping en de voorgevels zyn met een schitterend wit vernis besmeerd.

Deze vreemdsoortige stad, eensklaps te midden van het hooge P^ne-gras zich verheffende, heeft in de verte gezien een allerzonderlingst en uitlokkend

V0Op°zekneren stillen avond in de maand October, traden vijf personen, wier gelaatstrekken en kleeding zich in de schaduw van het geboomte moedyk liet onderscheiden, het boven door ons beschreven bosch uit en hielden eenige oogenblikken stil aan den uitersten rand, onzeker waarheen zy zich verder wenden zouden. Intusschen begonnen zij het terrein op te nemen; recht voor hen uit lag een kleine heuvel, die nog door het geboomte werd

Sluiten