Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kander konden gaan, maakte van dit gunstig oogenblik gebruik om den jager die don Miguel zou vergezellen, te naderen:

„Zou ik u een dienst mogen verzoeken ?" vroeg zy snel met een zachte stem.

„Spreek," zei de jager op denzelfden toon.

„Die Indiaan boezemt mij niet veel vertrouwen in."

„Ten onrechte, Senorita, ik ken hem."

Zy schudde met weerzien het hoofd.

't Is mogelijk," zeide zij, „maar wilt gy mij een dienst bewijzen? Zoo niet, dan zal ik het aan don Miguel vragen, ofschoon ik liever had dat hy er niets van wist."

„Spreek vrij, zeg ik u."

„Geef mij een mes en uw pistolen."

De jager keek haar verwonderd aan.

„Goed, ik begrijp u," zeide hij een oogenblik later, „gy zyt een moedig meisje, ziedaar wat gij my vraagt."

Zonder dat een der anderen er iets van opmerkte, gaf hy haar de voorwerpen die zij van hem verlangde en voegde er twee kleine zakjes bij, een met kruit en een met kogels gevuld.

Men kan nooit weten wat er gebeurt," fluisterde hij.

„Ik dank u," zeide zij met de ondubbelzinnigste blijken van vreugde.

Hiermede was alles gezegd; terstond verborg zij de ontvangen wapenen onder haar kleederen, met zoo veel behendigheid en ernst dat de jager er om glimlachen moest.

Vijf minuen later kwamen zij aan den rand van het bosch,

„Addick," zei de jager kortaf, „onthoud dat ik u voor deze twee dames verantwoordelijk stel 1"

„Addick heeft gezworen!" was het eenige wat de Indiaan antwoordde.

Zij namen thans .afscheid; het'zou niet raadzaam zijn geweest om langer op een plaats te blijven waar men ieder oogenblik door de Indianen kon worden ontdekt.

De jonge meisjes en de krygsman gingen op weg naar de stad.

„Laten wij dien heuvel nog eens beklimmen," zei don Miguel, „om hen voor het laatst te zien."

, Dat wilde ik u juist voorslaan," antwoordde de jager naïef.

Met dezelfde voorzorg en omzichtigheid beklouterden zy weder de plek die zij den vorigen avond gedurende eenige minuten hadden ingenomen.

In de stralen der morgenzon, die luistervol boven de kimmen steeg, had het landschap een inderdaad betooverend aanzien bekomen. De natuur was om zoo te zeggen met nieuw leven bezield, en inplaats van den somberen aanblik der stille eenzaamheid van het vroegere tooneel, hadden zy thans een schouwspel voor zich van de rijkste afwisseling.

Uit de poorten der stad, die reeds geopend waren, kwamen eenige troepen Indianen, zoowel te paard als te voet te voorschijn en verspreidden zich in alle richtingen onder vroolijk gelach en gejuich. Talrijke prauwen verschenen op de rivier, de velden bevolkten zich met kudden schapen en paarden, die door de Indianen met lange stokken naar de stad werden gedreven. Wonderlijk gekleede vrouwen droegen groote, met vleesch, ooft of groenten gevulde korven op het hoofd en stapten met kloeken tred naar de markt,

Sluiten