Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al te duidelijk dat gij de gebruiken der woestijn grootendeels vergeten njt.

„Hm! dat is geen onverschillige zaak voor een jager, hervatte Vry-Kogel; „en waarin dan, als ik u vragen mag ben ik die vergeten?" .

„Pardi! daarin, dat gij niet meer schijnt te weten, vriend, dat op het terrein waar wij ons bevinden, ieder wapen voor geoorloofd wordt gehouden, als het er op aankomt om zich van een vijand te ontslaan."

, Nu, dat weet ik even goed als gij vriend, even goed als ik weet dat er geen geduchter wapens zijn dan die zich in de duisternis verschuden.

„Sluipmoord namelijk."

De Canadees huiverde onwillekeurig.

„Vreest gij inderdaad voor sluipmoord?" vroeg hy.

„Waar zou ik anders voor vreezen ?"

't Is waar," prevelde de jager, terwijl hij het hoofd liet hangen; maar een oogenblik later vervolgde hij: „Wat kunnen wij voor hem doen ?

„Dat is juist wat mij in verlegenheid brengt; ik kan echter onmogelyk langer hier blijven ; het mag gaan zoo het wil, ik moet er het myne van hebben.

„Maar hoe zult gij dat aanleggen ?"

„Ik weet het niet, God zal het mij ingeven."

„Gij hebt toch zeker het een of andere plan ?"

„Ja, dat wel."

„Wat dan ?"

„Gij zult het hooren; ik reken er zelfs op, dat gy het zult helpen uitvoeren."

Vry-Kogel drukte hem met warmte de hand. „Gij kunt op mij rekenen; verklaar uw plan."

„Het is eenvoudig genoeg: wij zullen dadelijk het kamp verlaten, en het terrein aan den rivierkant in alle richtingen afloopen."

„Goed; maar ik moet u doen opmerken dat het onweer niet lang zal uitblijven; het regent reeds met groote droppels."

„Een reden te meer om ons te haasten."

„Gij hebt gelijk." . „Vergezelt gij mij dan ?"

„Mijn hemel twijfelt gy daar nog aan?"

„Ik ben een domkop; vergeef mij, broeder, ik zeg u dank voor uw goedheid." „

„Waarom dat? integendeel, ik ben u dank schuldig.

„Hoe zoo?" k ,. .

Wel \ gij geeft mij gelegenheid om een schoone wandeling te maken.

Loer-Vogel antwoordde niet; de komische toon van den Canadees strookte te weinig met de sombere gemoedstemming waarin hij zich op dit oogenblik bevond.

Zij zadelden terstond hun paarden, en na hun wapens te hebben nagezien, met al de nauwkeurigheid van mannen die er zich weldra van meenden te moeten bedienen, stegen zij te paard en reden stapvoets naar den uitgang van het kamp.

De twee schildwachten die bij den slagboom op post stonden en streng wacht hielden, stelden zich onmiddellyk voor de beide ruiters.

Deze waren in 't geheel niet van plan om stil weg te sluipen, daar zy geen reden hadden om hun tocht geheim te houden.

Sluiten