Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Gaat gy vertrekken ?" vroeg een der schildwachten. „Neen, wij gaan slechts op verkenning uit in den omtrek." „Qp dit uur ?" „Waarom niet ?"

„Drommels! mij dunkt dat het in zulk weer beter is om te slapen dan om de prairie af te loopen."

„In uw oog schijnt het verkeerd, kameraad, hernam Loer-Vogel op een toon van gezag, „maar onthoud dit; ik ben aan niemand rekenschap van mijn daden schuldig; als ik op dit uur, bij zulk een dreigend onweder uitga, is het wel waarschijnlijk dat ik er mijn goede redenen voor heb; die redenen kan en behoef ik u niet te zeggen; wilt gij mij dus doorlaten, ja of neen? maar weet dan vooraf dat ik u verantwoordelijk stel voor de vertraging die gij in het volvoeren mijner plannen veroorzaakt."

De ferme toon dien de jager aansloeg, scheen de twee schildwachten te treffen; zy raadpleegden eenige minuten in stilte; eindelijk schenen zij het eens te zijn geworden en wendde de laatste woordvoerder zich weder tot de beide ruiters, die bedaard den uitslag van hunne overweging stonden af te wachten.

„Passeert," zeide hij ; „het staat u vry om te gaan waar gy goedvindt; ik heb mijn plicht gedaan met u te ondervragen, God geef dat gij den uwen doet met op deze wijs uit te gaan."

„Gij zult het spoedig genoeg weten. Nog een woord."

„Ik luister."

„Onze afwezigheid, zoo God wil, zal van korten duur zijn; zoo niet, dan komen wij toch stellig tegen zonsopgang terug; intusschen heb ik u één ding aan te bevelen : wanneer gij driemaal, bij regelmatige tusschenpoozen, een jaguar hoort huilen, stijg dan te paard en kom in der ijl op ons af, en niet alleen gij, maar een tiental van uw kameraden; want als gij dat sein hoort, is uw kapitein in groot gevaar. Hebt gij mij goed begrepen ?"

„Zeer goed."

„En zult gy doen, wat ik u beveel ?"

„Ik zal het doen, omdat ik weet dat gij de gids zijt dien wy verwachten, en omdat ik van uw kant geen verraad kan veronderstellen." „Goed, tot wederziens!" „Goed geluk I"

De jagers reden den slagboom door, die onmiddellijk achter hen gesloten werd.

Nauwelyks kwamen zij in de prairie, of het onweder, dat sedert zonsondergang gedreigd had, barstte met ontzettend geweld los.

Een schitterende bliksemstraal schoot door het luchtruim, bijna onmiddellijk gevolgd door een klaterenden donderslag; de boomen bogen zich onder het geweld van den wind en den regen, die met stroomen begon te vallen.

Onder dezen strijd der woedende elementen hadden de avonturiers veel moeite om verder te komen; hunne paarden, door hef flikkeren des bliksems en het geloei van den storm verschrikt, stampvoetten en steigerden by iederen tred. De duisternis nam dermate toe dat de twee ruiters, ofschoon naast elkander rijdende, elkander nauwelyks konden onderscheiden. De boomen, door het geblaas van den stormwind geslingerd, zwiepten, kraakten en huilden als geteisterde Titans, en stemden in ontzettende harmonie samen

Sluiten