Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Kan dat waar zijn?"

„Helaas, ja I een dringende plicht gebiedt mij om vandaag nog te vertrekken en, gij moogt gelooven dat mij dit razend spijt, maar tegen de noodzakelijkheid kan men niet op."

,iWelke reden is machtig genoeg om u te dwingen mij 'zoo plotseling te verlaten?" vroeg don Miguel statig.

„Mijn hemel I een zeer alledaagsche, om niet te zeggen een gewone reden, die u waarschijnlijk zal doen meesmuilen. Gij moet weten ik ben koopman te Sant-Fé; er zyn eenige dagen geleden te Monteray verscheidene handelshuizen failliet gegaan, waarmede ik loopende zaken heb, en die mij noodzaken cito van huis te gaan, om door mijn persoonlijke tegenwoordigheid nog te redden wat mogelijk is, uit de schipbreuk die mij bedreigt; ik ben zonder iemand te raadplegen of naar den weg te vragen op reis gegaan, en zoodoende kwam ik hier."

„Maar," opperde don Miguel, „gij zijt hier nog ver van Monteray."

„Duivels 1 dat weet ik wel en dat maakt mij bijna wanhopig; ik ben vreeselijk bang dat ik te laat kom, te meer daar mij gezegd is, dat de lieden met welke wy' te doen hebben schurken zijn; de sommen die zij van my' in handen hebben zyn zeer aanzienlijk, en bedragen, als ik het u zeggen moet, meer dan de helft van myn vermogen."

„Caspital als het er zoo mede gelegen is, begrijp ik zeer goed dat gij haast hebt om verder te komen."

„Niet waar ?"

„Ik heb nooit kunnen denken dat gij zulke ernstige redenen hadt om uw reis te bespoedigen."

„Gy ziet dus, gy moogt mij beklagen, don Miguel."

Het gesprek tusschen deze twee personen werd met bewonderenswaardige gemakkelijk en meesterlijk gespeelde goedwilligheid gevoerd, zoo wel van de eene als van de andere zyde; en toch waren geen van beiden in staat den anderen om den tuin te leiden. Don Stefano, zoo als het dikwijls gaat, had het al te mooi willen maken en was zoodoende de perken der waarschijnlijkheid te buiten gegaan, door zijn zegsman te zeer van zijn oprechtheid te willen overtuigen. Deze geveinsde oprechtheid had het wantrouwen van don Miguel in tweeërlei opzicht wakker gemaakt; vooreerst, omdat don Stefano, van Sant-Fé naar Monteray reizende, niet alleen op den verkeerden weg was, maar zelfs beide deze steden den rug toekeerde, een dwaling die zijn volslagen onbekendheid met de plaatselyke gesteldheid van het land hem deed begaan, zonder dat hy het zelf wist of vermoedde; de tweede reden was even afdoende : geen handelsman namelijk, hoe gewichtig overigens de aanleiding tot zulk een reis wezen mocht, zou het gewaagd hebben om geheel alleen de woestijn door te trekken, uit vrees voor de Indiaansche J bravos, de bandieten en struikroovers, de wilde dieren en duizend andere gevaren,-die hem bedreigden en aan welke men alleen onmogelijk zou kunnen ontsnappen.

Intusschen hield don Miguel zich alsof hy alles voor goede munt aannam wat zyn gast hem verzekerde, en antwoordde hy' op een toon van het volste vertrouwen.

Hoe veel genoegen het mij ook zou doen uw aangenaam gezelschap nog eenigen tijd te genieten, wil ik u niet terughouden, caballero; ik begrijp zeer goed dat gy dringende redenen hebt, om u te haasten."

Sluiten