Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Stel u daar maar gerust op, Loer-Vogel, ik ben geen man die zich licht laat overrompelen, ik heb niet te vergeefs veertig jaar ondervinding in de woestijn opgedaan. Wat meer is, ik Winner mij juist een avontuur als dit en onder bijna gelijkluidende omstandigheden als de tegenwoordige. Het is 'al wat jaren geleden, in het jaar 1824 namelyk, ik was toen nog jong

60 Loer-Vogel, die het zwak van zijn ouden vriend maar al te goed kende, dacht met schrik dat hij weder een van die eindelooze verhalen zou moeten eanhooren, en haastte zich om hem terstond in de rede te vallen, door te

Z6ggTe weerga, jal Vrij-Kogel ik ken u van ouds, en ik weet wel gat gy de "man niet zijt om u te laten foppen, ik ga derhalve gerust heen.

Zoo als gij wilt," hervatte Vrij-Kogel, „maar als gij my het uitspreken.... "'tls onnoodig, 'tis onnoodig, vriend; voor iemand van uw aHooi en ondervinding is iedere opheldering overtollig," antwoordde Loer-Vogel kortaf terwijl hij zich met drift in den zadel wierp en met gevierden teugel weg-

reVrii-Kogel bleef verbaasd staan en volgde hem een poos met de oogen.

Wel wel!" riep hij nadenkend, „de hemel hoort het mij zeggen, maar die" man is een der voortreffelijkste menschen, die er bestaan; ik heb hem zoo lief alsof hij mijn eigen broeder was, het spijt mij alleen dat ik hem niet aan zijn verstand kan brengen, hoe nuttig en noodig het is om alle gewichtige voorvallen die ons overkomen, vast in ons geheugen te prenten, ten einde men zich wete te redden wanneer men onverwachts in een ot andere moeielijkheid komt, die de woestijn • oplevert; enfin, laat hem gaan. op Gods genade." , , . g&£

Hierop hernam hij zijn vorige plaats en wijdde zijne aandacht aan den gewonde, met die verstandige zorg die hij hem tot dusver onverpoosd betoond

haEr verliep bijna een 'uur en don Miguel had zich nog niet bewogen sedert het oogenblik dat zijn flauwte van lieverlede in een zwaren onrustigen slaap was overgegaan, waaruit hij niet spoedig scheen te zullen ontwaken. Vrij-Kogel had zich naast hem op het vochtige gras nedergevleid • hij zat met het geweer tusschen zijne knieën, bedaard zijn pijp te rooken, en met al het geduld dat den jagers bijzonder eigen is, het oogenblik af te wachten, waarop een of ander verschijnsel hem bewijzen zou dat de gewonde eindelijk dien staat van gevoelloosheid te boven was, van welke de jager, zoo zij te lang aanhield, zich weinig goeds voorspelde.

De oude Canadees begon vurig naar het einde te verlangen en al zou het ook op eene hevige koorts moeten uitloopen, had hij wel gewenscht dat het gestel van den jonkman door een of andere plotselingen schrik getroffen en als met geweld in het 'werkelijke leven ware teruggeworpen; hy hoopte hiertoe op de komst der Gambucinos en staarde menigmaal ongeduldig naar de woestijn, om te zien of hij ze niet reeds in de verte bespeuren kon. Maar hoe hij ook luisterde of keek, hij zag of hoorde niets. Alles rondom hem was eenzaam en stil. ,

Helaas 1" prevelde hy met een onvoldanen blik op don Miguel, die daar aan zijn voeten nog altijd onbewegelijk lag uitgestrekt, „de schok dien hy geleden heeft is voor hem te hevig geweest, en er schynt thans niets te

Sluiten