Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zullen gebeuren om dit levenlooze lichaam te galvaniseeren en tot bewustzijn terug te roepen." ,MÊk

Nadat hij dezen uitroep misschien twintigmaal met klimmende teleurstelling herhaald had, hoorde hij eensklaps, op eenigen afstand een vrij sterk geritsel in de struiken en een gekraak van dorre takken en bladeren.

„Ha! wat kan dat zijn ?" riep hij, schielijk het hoofd opstekend en de richting uitkijkende van waar het gedruisch zich hooren liet, om er de oorzaak van te ontdekken. Terstond fonkelde zijn oog van blijdschap en barstte hij los in een hartelijk gelach.

„Weergaasch 1" riep hij, „dat is een kolfje naar myn hand, dat buitenkansje zendt mij de hemel om mij uit de verlegenheid te helpen, en ik heet onzen vriend hartelijk welkom."

Geen twintig schreden van hem af, op een der hoofdtakken van een ontzaggelijken tulpenboom, zat een prachtige jaguar, die hem met vlammende oogen aankeek, terwijl hij zich van tijd tot tijd met de pooten achter de ooren streek, en al de grimassen maakte die aan het kattengeslacht eigen rijn. Door het onweder van den vorigen avond verjaagd, had hij waarschijnlijk zyn hol niet bijtijds kunnen bereiken en werd hij thans op zyn vlucht derwaarts, door de ontmoeting der twee mannen op een onaangename wijze gestoord.

De jaguar of Amerikaansche tijger, wel verre van den mensch te zoeken of uit eigen beweging aan te .vallen, zal hem liever zorgvuldig ontwijken en niet dan in den uitersten nood een strijd met hem wagen; maar dan is hij des te gevaarlijker en volgt er gewoonlijk een strijd op leven en dood, van welke de mensch niet zelden het slachtoffer wordt, zoo hij ten minste geen geoefend jager en met de listen dezer gevaarlijke roofdieren ten volle bekend is.

Op hetzelfde oogenblik dat de tijger den jager in het oog kreeg, had ook deze hem gezien; het gevecht was derhalve onvermijdelijk. De beide vijanden bleven elkander eenige minuten lang opnemen, en wisselden blikken als vuurpijlen.

„Komaan! beslis dan, luiaard," mompelde Vrij-Kogel.

De jaguar antwoordde met een dof gebrom, scherpte eenige seconden zijn nagels aan den boomtak waar hij op zat; zich toen terugbuigend en bijna als een baf ineenrollend, mat hij den vollen afstand en hield zich gereed om met een enkelen sprong op den jager af te komen.' Deze verroerde zich niet, maar stond met de beenen wijd van elkander en vast op den grond geplant, en volgde met welberekenden blik al de bewegingen van zyn kampioen; op het oogenblik toen deze vooruitschoot, gaf de jager vuur.

Het schot knalde, de tijger buitelde in de lucht om, en viel met een woest gehuil voor de voeten des jagers neder.

De Canadees bukte even om zijn vijand van naderbij te bezien, maar de tijger was dood; de kogel was door het rechteroog ingegaan en had hem de hersens doorboord.

Intusschen was don Miguel door het gebrul van den jaguar en het losbranden der buks uit zijn bewusteloosheid gewekt. Hij opende de oogen, en zich eensklaps op den rechter elleboog verheffende, staarde hij met verwilderden blik in het rond; zyn gelaat was zonderling vertrokken, hij scheen even zeer verbaasd als verschrikt en een hooger rood kleurde zyn wangen.

Sluiten