Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vrij-Kogel staarde hem met bewondering aan. O het is de wil die de stof beheerschen moet," hervatte don Miguel, terwijl hij stond te hijgen met saamgetrokken wenkbrauwen en opgezwollen voorhoofdaderen ; ik zal er wel komen."

„Gij zult u zeiven dooden."

„Neen, want ik moet leven; laat mij eens drinken.

Vrij-Kogel overhandigde hem voor de tweede maal zijn kalebas-flescn, die de jonkman gretig aan zijn lippen zette.

„Thans," riep hij met een zenuwachtige stem, terwijl hij de flesch aan Vrij-Kogel terug gaf, „dadelijk te paard."

„Wat zegt gij ? Te paard ? 1" herhaalde deze met verbazing.

„Ja, ik wil vertrekken."

„Maar dat is immers een dwaasheid." Laat mij begaan, zeg ik u, ik zal mij wel goed houden; doch daar de wond aan mijn linkerarm mij belet om alleen op te stijgen, verzoek ik u mij een handje te helpen."

„Verlangt gij het?"

„Ik gebied het u."

„Welaan dan, op Gods genade!" £ „Die zal ons beschermen, houdt u daarvan verzekerd. Vrij-Kogel hielp hem voorzichtig in den zadel.

Tegen alle verwachting van den jager, hield hij zich rechtop en ferm. „Neemt gij nu %de huid van uw jaguar en laat ons vertrekken. „Waar moeten wij heen?"

„Naar het kamp; Loer-Vogel zal zich wel verwonderen als hij mij ziet, daar hij mij reeds voor half dood hield."

Vrij-Kogel gehoorzaamde werktuigelijk en volgde den jonkman zonder een woord te spreken: hij gaf het op om dit zonderlinge karakter te willen verklaren.

XVI.

PLAATSELIJK ONDERZOEK.

Ondanks de onverzettelijke wilskracht waarmede don Miguel zijn smarten poogde te beheerschen, veroorzaakte de beweging van zijn paard hem vreeselijke pijnen, die zijn aangezicht krampachtig samentrokken en het koude zweet op zijn voorhoofd deed parelen. Hij werd bleek als een lijk, van tijd tot tijd benevelden zijn oogen, het was of alles rondom hem draaide, hij wankelde soms in den zadel en moest zich aan de manen van zijn paard vastklemmen om er niet af te vallen.

„Weerbarstig stof 1" bromde hij met een doffe stem, „zou ik u dan met kunnen overwinnen." *

Daarop verdubbelde hij zijn inspanning en om zich met verlegen te toonen, glimlachte hij nu en dan tegen Vrij-Kogel en sprak hem soms luchthartig toe.

Aimard. Spoorsoektr. 6e dr. 7

Sluiten