Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De beide mannen verdwenen in de struiken die zich achter hen sloten, en wachtten daar met het pistool in de hand de ruiters af, die zg van minuut tot minuut nader hoorden komen.

Vrij-Kogel had zich niet bedrogen : werkelijk was het Loer-Vogel, die met een vijftiental Gambucinos terugkeerde. Zoodra zij op weinige passen genaderd waren, kwamen de beide mannen te voorschijn.

Loer-Vogel kon nauwelijks zijn oogen gelooven; hij. begreep niet hoe dezelfde man, die nog geen drie uren geleden bewusteloos en zonder teeken van leven, als een lijk op den grond lag uitgestrekt, thans kracht genoeg bezat om hem te gemoet te komen en zich zoo recht en ferm in den zadel te houden.

Don Miguel genoot eenige oogenblikken van zijn triomf, door de bewondering die hy den Gambucinos afdwong, lieden welke geen andere meerderheid kennen dan die der stoffelijke kracht; daarop wendde hy zich met een glimlach tot Loer-Vogel.

„De hulp die gij mij brengt is mij daarom niet minder welkom, goede vriend," zeide hij met een zachte stem; „die hulp is mij in deze oogenblikken, zoo al niet onmisbaar, dan toch hoogst noodig, want de wil alleen houdt mij te paard in mijn toestand."

„Gij moet zoo spoedig mogelijk naar het kamp terug j om alle verdere onheilen te voorkomen, zullen wy er u op een draagbaar laten heen brengen."

„Een draagbaar 1" riep don Miguel.

„Gij moet; ik verzeker u, het is voor u van het meeste belang dat gy zoo spoedig mogelijk het bevel over uw bende weder op u neemt, verspil dus uw krachten niet in nuttelooze bravades."

Don Miguel boog zonder te antwoorden, hij begreep dat hij tegen het beweerde van den jager niet veel kon inbrengen ; nadat hij met behulp der beide Canadeezen van zyn paard was gestegen, gaf hy aan zijn onderhebbenden bevel om terstond een draagbaar samen te stellen.

Loer-Vogel stak zijn arm onder dien van don Miguel, wenkte Vry-Kogel om hen te volgen en verwijderde zich een eind ver van den troep, waar hij den jonkman op het gras deed nederzitten.

„Daar gij thans in staat zijt mij te antwoorden, zullen wy van het oogenblik gebruik maken om een weinig te praten, terwijl de baar wordt gereed gemaakt," zeide hij ; „gy zult my veel te vertellen hebben."

De jonkman zuchtte.

„Ondervraag mij slechts," antwoordde hy.

„Ja, zoo zal het ook beter gaan; op welke wyze en door wie zijt gij aangevallen ?"

„Dat zou ik u niet kunnen zeggen; het is bijster vreemd in zyn werk gegaan, zoo verward zelfs dat het mij met den besten wil van de wereld onmogelijk is om er een juisten uitleg van te geven."

„Dat maakt niets uit, zeg ons maar wat er met u gebeurd is; misschien zullen wij, die beter dan gij met de prairiën bekend zijn, wel een draad vinden om u in dit schijnbaar verwarde doolhof den weg te wijzen."

Don Miguel vertelde nu zonder zich langer te laten bidden, tot in de kleinste bijzonderheden hoe de zaak zich had toegedragen.

Bij den naam van Addick, fronste Loer-Vogel de wenkbrauwen.

Toen hij van don Stefano sprak, wisselden de jagers een blik van ver-

Sluiten