Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Beloof mij, dat gij al de berichten die gij door uw nasporingen zult opdoen, terstond aan mij zult mededeelen, zonder in het minst iets te ondernemen tegen den man, aan wien ik mij liefst in eigen persoon en op een voorbeeldige wijze verlang te wreken; hebt gij mij verstaan, Loer-Vogel V'

„Dat laat ik geheel aan u over; ik zal mij wel wachten in uwe zaken of belangen te treden, ieder heeft zijn taak in deze wereld; die man is uw vijand en geenszins de mijne; zoodra het mij gelukt is hem aan u over te leveren, of tenminste u tegenover elkander te stellen, zult gij doen, wat u goeddunkt, en heb ik met hem niets meer te maken."

„Goed; goed 1" bromde don Miguel, „als ik vroeger of later dien duivel in mijn handen heb, gelijk hij mij eens in de zijne gehad heeft, zal ik hem niet laten ontsnappen, dat zweer ik u."

„Dat is derhalve afgesproken en wij kunnen vertrekken ?"

„Zoodra gij wilt."

Vrij-Kogel had het gesprek tusschen deze twee mannen tot dusver kalm en zoo het scheen onverschillig aangehoord, maar op dit woord kwam hij een stap voorwaarts, en Loer-Vogel de hand op den arm leggende, zeide

„Wacht even."

„Hoezoo, nog langer ? vroeg de jager.

„Een enkel woord slechts, maar een woord dat ik in de tegenwoordige omstandigheden van het hoogste gewicht beschouw." „Spreek dan onverwijld."

„Gij wilt gaan ontdekken wie die don Stefano is, gelijk hij zich gelieft te noemen, en daar heb ik in zoover niets tegen; maar een zaak is er, die mij nog dringender toeschijnt, en die vooraf door ons ontdekt moet worden."

„Welke ?"

Vrij-Kogel wendde het hoofd beurtelings rechts en links, stak het bovenlijf een weinig vooruit, liet daarbij zijn stem zoo diep dalen, dat zelfs zij tot wie hij onmiddellijk sprak, moeite hadden hem te verstaan, en begon op strengen toon:

„Het leven in de woestijn is geheel ongelijk aan dat in de steden. Daar ginds kennen alle menschen elkander min of meer, hetzij bij naam, hetzij door persoonlijke betrekking; men is er dikwijls door wederkeerige of rechtstreeksche belangen samenverbonden; kortom, er bestaat tusschen de inwoners der steden een gemeenschappelijke band, en zij vormen om zoo te zeggen een groote familie. In de woestijn is dit zoo niet, daar heerschen eigen belang en zelfzucht, de zelfzucht is er de hoogste wet; ieder denkt alleen om zich zeiven, handelt voor zich zeiven, in een woord bemint alleen zich zeiven."

„In 's hemels naam 1 maak het toch kort," viel Loer-Vogel hem met ongeduld in de rede; „waar drommel wilt gij anders heen ?"

„Heb geduld 1" vervolgde de onverstoorbare Canadees, „geduld slechts, gij zult het spoedig weten. Om dus op het zoo even gezegde terug te komen: in de woestijn, zoo men niet lange jaren met iemand geleefd en samen alle gevaren en genoegens gedeeld en alle lasten of ongelukken gemeenschappelijk gedragen heeft, leeft ieder individu voor zich zei ven, alleen, zonder vrienden, en ziet men in anderen niets dan onverschilligen of vijanden. Bij de overrompeling waarvan don Miguel dezen nacht bijna het slachtoffer werd,

Sluiten