Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klein zilver knipje gesloten. Het onderzoek, dat, zooals wij reeds gezegd hebben, met een bedenkelijk gezicht begonnen was, nam opeens een belangwekkender! keer, toen Mariano aan de eene zijde van den omslag, in half uitgesleten gouden letters, de volgende woorden las: „Don Estevan de Real del Monte."

Bij het zien van dit opschrift, dat hem op eens den naam van den eigenaar deed kennen, ontstelde hij zichtbaar; hij schoot een donkeren blik naar zijn broeder, die nog bewusteloos lag, en onwillekeurig trok hij de handen krampachtig samen. Door deze geweldige drukking ging de knip waarmede de portefeuille gesloten was los, zij sprong open en verscheidene papieren vielen op den grond.

Bermudez bukte terstond om ze op te rapen en aan zijn meester terug te geven. Deze scheen ze werktuigelijk weder in de portefeuille te willen bergen, maar zyn bediende hield hem terug.

„Nu de hemel u de middelen in handen geeft om achter de waarheid te komen," zeide hy, „moet gij de gelegenheid niet verzuimen, het zou u later kunnen berouwen."

„Het staat mij niet vrij mijns broeders geheimen te schenden,'' bromde don Mariano met blijkbaren weerzin.

„Neen," antwoordde Bermudez droogjes, maar wel om te weten hoe hij de uwen in handen heeft gekregen; denk aan de oorzaak van onze reis."

„Maar als ik me eens bedroog.... als hij eens niet schuldig was ?" „Zoo veel te beter 1 dan hebt gij er ten minste een afdoend bewijs van."

„Gij wilt mij dwingen tot iets dat mij niet vrij staat, ik heb het recht niet om zoo te handelen."

„Welnu, Senor, dan zal ik, die maar een arme knecht ben, wiens daden niets beteekenen,mij in uw belang dat recht aanmatigen."

En met een behendigen greep had de criado zich reeds van de portefeuille meester gemaakt.

„Ongelukkige I wat doet gy' ?" riep don Mariano, „houd op 1 zeg ik u. Wat wilt gy ?"

„Haar redden, misschien, die gij lief hebt, daar gij het toch zelf niet durft te doen."

„Dat myn vader zyn knecht late begaan, riep thans de Roodhuid tusschenbeide komende, ,,'t is de Wacondah die hem bezielt!"

Don Mariano had den moed niet om er zich er langer tegen te verzetten, te minder, daar een onverklaarbaar gevoel in zyn binnenste hem zeide dat hij verkeerd deed en dat Bermudez gelijk had met zoo te handelen. De mesties was intusschen reeds met de meeste kalmte bezig de papieren in te zien, zonder zich te bekommeren of hij zoodoende tegen de etiquette zondigde.

„O 1 riep hy opeens uit, „had ik het niet gedacht en heb ik u niet gezegd dat de Voorzienigheid zelve u de bewijzen in handen gaf waar gij zoo lang te vergeefs naar zocht. , Leesl lees zelf en zoo gij kunt, twijfel dan aan het getuigenis van uw eigen oogen, en weiger nog langer aan de trouwelooze schurkerij van uw broeder te gelooven 1"

Don Mariano nam thans met koortsachtigen drift de stukken in handen

Sluiten