Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te verkaren, opdat gij des te vrijer, naarmate zijn schuld of onschuld blijkt, hem zult kunnen veroordeelen of vrijspreken. Gij hebt mij begrepen, denkt er over na, ik wacht uw antwoord af." Er volgde een diepe stilte.

Na verloop van eenige minuten nam Ruperto het woord op.

„In de woestijn," zeide hij, „waar de wereldsche gerechtigheid niet doordringt, moet de Goddelijke wet regeeren; als wij het recht hebben de wilde en schadelijke dieren te dooden, waarom zouden wij dan ook niet het recht hebben om een booswicht te straffen ? Ik aanvaard dus den last dien gij mij opdraagt, omdat ik in mijn hart de overtuiging bezit, dat ik door zoo te handelen mijn plicht volbreng en een dienst bewijs aan de gansche maatschappij, van wier rechten ik als wreker optreed."

„Goed," hernam don Mariano, „ik zeg u dank. En gij, hoofdman ?"

„Ik neem uw verzoek aan," zei de Comanch kortaf; de schurken moeten gestraft worden, onverschillig tot welk ras zij behooren. De Vliegende-Arend is een opperhoofd, hij heeft het recht om bij het vuur van den raad in de rij der eerste Sachems zitting te nemen en te veroordeelen of vrij te spreken."

„En gij nu," hervatte don Mariano, zich tot zijn bedienden wendende, „wat antwoordt gij ?"

Bermudez trad een stap vooruit en boog eerbiedig voor don Mariano.

„Senor," zeide hij, „wij kennen dien man; als kind heeft hy op onze knieën gesprongen en gespeeld, later was hij onze meester; onze harten zouden zich in zijn tegenwoordigheid niet vrij gevoelen; wij kunnen hem niet vonnissen, wy mogen hem niet veroordeelen, wij zijn alleen geschikt om het vonnis, hoe het ook wezen mag, dat over hem wordt uitgesproken, uit te voeren, zoo wij daartoe bevel ontvangen; vroeger zijn slaven en door de goedheid onzes meesters vrij geworden, zijn wy toch nimmer zijns gelyken."

„Ik heb van u geen andere gevoelens verwacht; ik dank u voor uwe vrymoedigheid, mijne kinderen. Het is zoo, gij moogt in deze rechtszaak niet opkomen; maar de Hemel zal ons, zoo ik hoop, twee mannen zenden, trouw van. hart en vast van wil, om zonder schroom of gemoedsbezwaar uw plaats te vervangen en als rechters op te treden."

„De hemel heeft u gehoord, caballero," riep op eens een ruwe stem; „hier zyn wy, gij kunt over ons beschikken."

Op hetzelfde oogenblik werden de takken van het kreupelbosch in hunne nabijheid met kracht uiteengeschoven en kwamen twee mannen te voorschyn.

Zij traden een paar stappen voorwaarts, zetten hunne geweren met de kolf op den grond, en wachtten op antwoord.

„Wie zijt gij ?" vroeg don Torribio.

„Jagers."

„Uw naam?"

„Loer-Vogel."

„En de uwe ?"

„Vrij-Kogel. Sinds meer dan een half uur zaten wy reeds achter deze struiken verscholen; wij hebben alles gehoord wat hier gesproken werd; gij behoeft dus voor ons op uw verklaring in deze zaak niet terug te komen; maar er is nog iemand die de rechtspleging van dezen man moet bywonen."

„Nog iemand ! wie dan ?"

Sluiten