Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„De man die door hem zoo verraderlijk werd aangevallen, dien gij in den nood hebt bijgestaan, en dien wij van een gewissen dood hebben gered."

„Maar wie zegt ons, waar die man thans te vinden is?"

„Wij," zeide Loer-Vogel, „wij die hem een uur geleden verlieten om u op te sporen."

„Nu, als dat zoo is, hebt gij gelijk ; dan moet die man er ook by tegenwoordig zijn."

„Ongelukkigerwijs is hij zwaar gewond; maar zoo hij niet in staat mocht zgn om hier te komen, zullen wij hem dragen; want ik weet niet hoe, maar ik geloof dat zijn tegenwoordigheid niet slechts noodig is voor ons, maar tevens ter opheldering van sommige zaken, die wij verplicht zyn aan het licht te brengen."

„Wat bedoelt gij daarmede ?"

„Heb geduld, caballero, gij zult ons weldra beter begrijpen; het kamp van dien man ligt niet ver af, hij kan nog hier zijn eer de zon ondergaat." „Maar wie zal hem waarschuwen ?" „Ik," antwoordde Vrij-Kogel. „Ik zeg u dank voor uw loffelijk aanbod."

„Wij hebben wellicht nog meer belang bij de toelichting dezer ingewikkelde zaak dan gij, caballero," verklaarde Loer-Vogel.

Op een wenk van zijn vriend, steeg Vrij-Kogel te paard en vertrok met gevierden teugel, terwijl don Mariano hem even belangstellend als onthutst naoogde.

„Gij spreekt tot my in raadsels," zeide hij tegen den Canadees, die nog altoos rustig op zijn buks geleund stond. Loer-Vogel schudde het hoofd.

„Het is een treurige historie, die zich in al hare somberheid voor u zal ontwikkelen, en van welke gij het begin nog niet weet, ondanks al de bewijzen die gij meent in handen te hebben, caballero."

Don Mariano slaakte een zucht, twee groote tranen brandden hem op de wangen, zoo diep was zijn smart.

„Schep moed, mi amo,"zeide Bermudez, „God is eindelijk met u."

De haciendero drukten zijn trouwen huisbediende de hand en wendde het hoofd af om zijn aandoeningen te verbergen.

XVIII.

WAT DE RECHTSPLEGING VOORAFGING.

Don Stefano verkeerde nog altijd in denzelfden bewusteloozen toestand, die nu reeds verscheidene uren had aangehouden. Na het vertrek van VrijKogel, keerden Loer-Vogel, de Indiaan en Ruperto naar den leider terug, en zetten zich weder in zijne nabijheid, om op het eerste oogenblik van zijn ontwaken te letten.

Don Mariano, die thans zijn vorigen schroom en nauwgezetheid geheel

Sluiten