Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had ter zijde gezet, verlangde zeer om de geheime plannen en kuiperijen zijns broeders in al hare kronkelgangen zoo spoedig mogelijk te leeren kennen ten einde de beschuldiging die hij in de zoo onverwachts gespannen vierschaar tegen hem dacht uit te brengen, op des te beter gronden te kunnen bouwen; hij trok zich dus met zijn twee bedienden in een dicht kreupelbosch terug, waar hij onopgemerkt de portefeuille zou kunnen inzien. Hyopende haar met koortsachtig ongeduld en begon met gespannen aandacht de brieven te doorlezen, wier inhoud hem met een gevoel van woede en afgrijzen vervulde, dat hooger klom met iederen nieuwen brief dien hij in handen kreeg.

Het tweede doel dat hij met deze verwydering beoogde, was om zijn broeder niets van zyn tegenwoordigheid te laten bemerken voor dat de rechtspleging begonnen was. i Eerst dan, wanneer don Stefano voor zyn rechters stond, dacht hij onverwachts op te treden, om zoodoende diens bekende geslepenheid en tegenwoordigheid van geest te verschalken, door hem zyn koelbloedigheid te doen verliezen. Ziedaar de reden waarom hij zich naar een plaats terugtrok, waar de scherpste blik hem niet kon bespieden, en waar hij plotseling uit te voorschijn zou komen, zoodra het gepaste oogenblik daar zoude zyn.

Er verliep nog meer dan een uur zonder dat Stefano zich bewoog of de minste teekenen van leven gaf, ondanks de aanhoudende zorg van de WildeRoos, en hare herhaalde pogingen om hem te doen ontwaken. Gedurende al dien tijd zaten de drie mannen stilzwijgend op kórten afstand bij hem nedergehurkt en verloren zij hem geen oogenblik uit het oog ; zy begrepen ten volle het gewicht der taak die hun was toevertrouwd en verlangden, met dat eerlijk instinct dat alle edele en oprechte zielen eigen is, niets anders, dan dat de man dien zij straks zouden moeten vonnissen, spoedig genoeg tot het volle bezit van zijn verstandelijke vermogens zou terugkeeren om zijn leven met kracht te verdedigen.

Op het oogenblik toen de schaduw van het geboomte zich over de vlakte begon te verlengen, en de ten ondérgang neigende zon zich alleen tusschen de benedenste takken als een gloeiende vuurschijf vertoonde, stak de koele avondwind op en streek verkwikkend over het bleek gelaat van den gewonde, die door deze weldadige verfrissching na de overstelpende hitte van den dag nieuw leven scheen in te ademen, en voor de eerste maal daarvan bewijs gaf door het slaken van een diepen zucht.

„Nu zal hij aanstonds de oogen openen," fluisterde Loer-Vogel.

De Vliegende-Arend wenkte hem met den vinger voor den mond, dat hij zich stil zou houden.

Hoe zacht echter de jager ook gesproken mocht hebben, don Stefano had het gehoord, misschien zonder er den zin van te verstaan, maar toch duidelijk genoeg om hem terstond tot het volle besef van zijn toestand te brengen en op zelfbehoud bedacht te maken.

Don Stefano was geen gewoon mensch ; als een echte zoon van het verbasterde Mexiscaanche ras, was sluwheid een der meest kenmerkende trekken van zijn karakter: hij was uitgeleerd in de kunst van veinzen, en, gewoon om van personen en zaken steeds het ergste te denken, scheen het wantrouwen hem als aangeboren. De woorden van Loer-Vogel hadden hem gewaarschuwd om op zyn hoede te zyn. Zonder zich te verroeren of de oogen

Sluiten