Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik begrijp u niet recht," antwoordde don Stefano, wiens gelaat ofschoon aanvankelijk opgehelderd, bij de laatste woorden merkelijk donkerder was geworden.

Geen der hier aanwezige mannen," vervolgde Loer-Vogel, „heeft eenig persoonlijk verwijt tegen u; wy weten niet wie ge zijt, ik althans wist niet dat gij bestondt voor dezen dag; maar er is iemand, die tegen u, — niet enkel gevoelens van haat meent te koesteren, dat ware een zaak die misschien tusschen u en hem alleen kon worden afgedaan, maar iemand die een gegronde aanklacht tegen u meent te bezitten, voldoende om u onmiddellijk in rechten te betrekken."

„Onmiddellijk in rechten te betrekken!" herhaalde don Stefano geheel uit het veld geslagen ; „maar voor welke rechtbank Wil die man mjj dan doen verschijnen; wij zijn hier immers in de woestijn ?"

„Ja, dat zijn wij, en dat schijnt gij geheel te vergeten: in de woestijn is de wet der steden onmachtig den schuldige te bereiken; er bestaat dus een verschrikkelijke, oppermachtige en onverbiddelijke wetgeving, op welke in het belang van allen, ieder die zich beleedigd gevoelt, recht heeft zich te beroepen, wanneer de omstandigheden zulks gebiedend vorderen."

„En welke is die wet?" vroeg don Stefano, terwijl zijn gelaat zoo bleek werd als een lijk.

„De Lynch-wet."

„De Lynch-wet I"

„Ja; in naam van deze wet hebben wij, die zoo als gij wel zegt, u niet kennen, ons vereenigd om u te oordeelen.

„Mij oordeelen I maar dat is onmogelijk. Welke misdaad heb ik begaan ? wie is de man die mij beschuldigt ?"

„Deze vragen kan ik u niet beantwoorden ; welke misdaad men u ten laste legt, weet ik niet; den naam van uw aanklager weet ik evenmin; maar dit verzeker ik u, dat geenerlei haat noch vooroordeel tegen u ons bezielt en dat wij geheel onpartijdig zullen zijn; maak dus uw verdediging gereed, gedurende de korte tijdruimte die u overschiet, en als gij, wanneer het oogenblik daar is, uw onschuld kunt bewijzen door uw beschuldiger te ontmaskeren, dan wensch ik van harte dat het u gelukken mag."

Don Stefano liet het hoofd tusschen de beide handen zinken en gaf onmiskenbare blijken van radeloosheid.

„Maar hoe wilt gij dat ik mijn verdediging zal voorbereiden, daar ik niet weet welke feiten men mij ten laste legt ? Geef mij licht in deze duistere zaak, hoe weinig het ook wezen mag, zoodat ik er mij naar kan richten en weet waaraan ik mjj te houden heb."

„Door te zeggen wat ik u gezegd heb, caballero, voldeed ik aan de inspraak van mijn geweten, dat mij beval u te waarschuwen voor het gevaar dat u bedreigt; u meer zeggen kan ik onmogelijk, daar ik van alles even onkundig ben als gij zelf zegt te zijn."

„O, dat is om razend te worden I" riep don Stefano.

Op een wenk van Loer-Vogel stonden Ruperto en de Vliegende-Arend op; ook de Wilde-Roos kreeg een wenk om hun voorbeeld te volgen; alle vier verwijderden zich en Stefano bleef alleen achter.

De Mexicaan wierp zich ter aarde met de razende woede van iemand die opeens onoverkomenlijke bezwaren heeft zien oprijzen, en nu zich in een

Altaard, Spoornwkcr, te.dr. 8

Sluiten