Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat wilt gij toch met mij ?" „Dat zult gij zien."

Don Miguel was somber en bleek; een droevige glimlach zweefde op zijn bleeke lippen; het was duidelijk aan hem te zien dat hij zich zeer moest inspannen om zijn zwakheid te boven te komen, en zich vast op zijn zetel te houden.

Na eenige minuten van beraad, hief hij het hoofd op. „Hoe is uw naam ?" begon hij.

„Don Stefano Gohecho," antwoordde de beschuldigde zonder aarzelen.

De rechters wisselden een blik.

„Waar zijt gij geboren ?"

„Te Mazatlan in 1808."

„Welk is uw beroep ?"

„Koopman te Santa-Fé.

„Met welk doel kwaamt gij in de woestijn ?"

„Dat heb ik u vroeger zelf reeds gezegd."

„Herhaal het hier," hernam don Miguel onverstoord.

„Ik moet u onder 't oog brengen dat deze beuzelachtige en voor u nuttelooze vragen mij vermoeien."

„Ik vraag u om welke reden gij in de woestijn zijt gekomen ?"

„Het failliet van verscheidene mijner correspondenten heeft mij verplicht op reis te gaan, om te zien of ik nog iets van mijn verloren eigendom zou kunnen redden ; ik ben dus alleen in de woestijn om de plaats te bereiken waar ik heen ga, ik weet geen anderen weg."

„Waar gaat gij heen ?"

„Naar Monterey; gij ziet met hoe veel gedweeheid en gemakkelijkheid ik al uwe vragen beantwoord," zeide hy op een toon van gemeenzame scherts dien hij sedert zijn verhoor had aangenomen.

„Ja," hernam don Miguel langzaam en met nadruk op ieder woord, „gij geeft bewijzen van groote gedweeheid en gemakkelijkheid, ik zou om uwentwil wenschen dat gij even oprecht waart."

„Wat meent gy met deze woorden ?" vroeg don Stefano op hoogen toon.

„Ik meen daarmede, dat gij eiken vraag van my met een leugen beantwoord hebt," zeide de president kort en droog.

. Don Stefano fronste de wenkbrauwen en uit zijn oog straalde een vlammende blik.

„Caballero 1" riep hij, „zulk een beleediging ...."

„Het is geen beleediging," vervolgde de president altijd even bedaard, „het is de waarheid en gij weet het even goed als ik."

„Ik zou gaarne willen weten wat dit alles beteekenen moet ?" meesmuilde de Mexicaan.

Don Miguel keek hem strak in 't gezicht.

Onwillekeurig sloeg don Stefano de oogen neer.

„Ik zaf u voldoen, zei de president.

„Ik luister."

„Op mijn eerste vraag, hebt gij geantwoord dat uw naam is don Stefano Gohecho." „Welnu ?"

„Die is valsch; gij heet don Estevan de Real del Monte."

Sluiten