Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een onmerkbare huivering liep den beschuldigde door de leden. Don Miguel vervolgde:

„Op mijn tweede vraag hebt gij geantwoord, dat gij geboren waart te Mazatlan in het jaar 1808; dat is valsch, gij zijt geboren te Guanajuato in 1805."

Hier zweeg de president eenige oogenblikken, om den beschuldigde tijd te geven zijn antwoord gereed te maken ; don Estevan — gelijk wij hem voortaan noemen zullen — achtte het echter niet geraden te antwoorden, maar bleef koel en norsch zwijgen.

Don Miguel glimlachte minachtend en vervolgde:

„Op mijn derde vraag hebt gij geantwoord, dat gij koopman en te SantaFé gevestigd waart; dat is evenzeer onwaar, gij zijt nooit koopman geweest; gjj zijt senateur en woont te Mexico. Eindelijk hebt gij mij gezegd, dat gij de woestijn slechts doortrekt om u naar Monterey te begeven, waar uw handelsbelangen u heenriepen; wat dit laatste betreft, behoef ik de valschheid uwer verklaring niet aan te wijzen, daar zij voldoende uit den samenhang uwer vorige antwoorden blijkt, hierop verwacht ik thans uw repliek, zoo gij nog iets te antwoorden hebt, waaraan ik evenwel twijfel."

Don Estevan had intusschen den tijd gehad om zich van den bekomen schok te herstellen ; ook meende hij zeer goed te begrijpen waar deze geduchte aanval vandaan kwam en door welke middelen men zulke juiste berichten tegen hem had in handen gekregen; hij verbeet zich de lippen en antwoordde op uitdagenden toon, met een schamper en spotachtig gezicht:

„Gij schijnt te veronderstellen, caballero, dat ik u niet kan antwoorden. Niets is intusschen gemakkelijker, zoo als ik u por Dios ƒ dadelijk zal bewijzen. Omdat gij, terwijl ik in zwijm lag, mijn portefeuille, ik wil niet zeggen mij ontstolen, zoo onbeleefd zal ik niet wezen, maar behendig hebt weten te ontfutselen, en daarin eenige bijzonderheden hebt gevonden, die gij mij thans voor de voeten werpt, denkt gij misschien dat ik geheel uit het veld ben geslagen, daar gij nu al mijn zaken weet. Het lijkt er wat na 1 Gij zijt gek, voor den duivel! Al wat gij van mij vertelt is louter beuzelarij, die niets om het lijf heeft. Ja, ik beken, mijn naam is don Estevan, ik ben geboren te Guanajuato in het jaar 1805, en ik ben senateur; maar wat bewijst dat I Voorwaar 1 schoone bewijzen om een beschuldiging op te gronden tegen een caballero 1 Cuerpo de Christo! ben ik dan de eenigste in de woestijn die een anderen naam draagt dan den zijnen ? Met welk 'recht dénkt gij toch, gij alleen, die onder uw aangenomen bijnaam bekend zijt, met welk recht, zeg ik, denkt gij mij te beletten uw voorbeeld te volgen ? 't Is inderdaad allerbespottelijkst, en zoo gij mij geen degelijker beschuldigingen voor de voeten kunt werpen, laat mij dan maar stil vertrekken en mijn eigen zaken doen."

„Wij hebben andere," antwoordde don Miguel met ijzingwekkende kalmte.

„Ik ken ze, caballero; gij beschuldigt mij, niet waar, dat ik u, don Miguel, die u soms don Torribio en ook wel don José noemt, gij beschuldigt mij; zeg ik, dat ik u in een hinderlaag heb gelokt, waaruit gij slechts als door een wonder gered zijt; maar dat is een zaak tusschen u en mij, over welke God alleen uitspraak kan doen."

„Laat Gods heiligen naam er maar buiten, die komt bij deze zaak slecht

Sluiten