Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen zien, reeds het vonnis zou hebben gelezen dat zij hem in hun hart hadden toegedacht.

Don Mariano wenkte zijn bedienden om hem te volgen, en met den een aan zyn rechter en den ander aan zijn linkerhand plaatste hij zich midden in het kamp, tegenover de geïmproviseerde vierschaar, waar hij met een krachtige, heldere en nadrukkelijke stem het woord nam, op de volgende wijze:

„Hoort mij, caballeros, en wanneer ik u alles zal gezegd hebben, wat ik u te zeggen heb, over den man, die daar vernederd en verslagen voor u ligt, reeds eer ik nog een woord gesproken heb, zult gij hem zonder haat of zonder wrok oordeelen, volgens de uitspraak van uw geweten. Die man is myn broeder; in zijn jeugd, om een reden die ik hier niet nader zal verklaren, heeft mijn vader hem reeds willen verbannen; ik trad ten zijnen gunste tusschenbeiden, verwierf* voor hem, zoo al niet volkomen begenadiging, dan toch de vrijheid om onder het ouderlijke dak te mogen blijven. Dagen en jaren verliepen er; het kind werd man ; mijn vader, toen hij stierf, liet mij al zijn bezittingen na, met uitsluiting van zijn anderen zoon, dien hij op zijn doodsbed vervloekte; ik verscheurde het testament; riep dezen man tot mij en gaf hem, den armen bedelaar, zyn deel van de erfenis terug, waarvan, naar mijn gevoelen, mijn vader het recht niet had hem te berooven."

Hier wendde don Mariano zich tot zijn bedienden. Beiden strekten gelijktijdig den rechterarm uit, legden de linkerhand op de borst en beantwoordden de stomme vraag huns meesters met luider stem.

„Wij getuigen dat al het gezegde volkomen waarheid behelst."

„Die man had dus alles, zijn fortuin, zijn stand, zijn toekomst, alles aan mij te danken; want door mijn invloed alleen was het hem gelukt raadslid te worden. Zie nu eens hoe hij mijn weldaden vergolden en in welk een mate hij zich erkentelijk heeft getoond. Hij had mij leeren vergeten wat ik als zijn jeugdige afdwalingen beschouwde, en wist mij te overtuigen dat hij geheel tot betere gedachten was gekomen; zijn gedrag scheen onberispelijk: in verscheidene gevallen had hij zelfs een strengheid van beginselen aan „ den dag gelegd, die ik in hem bewonderen moest. Intusschen had hij mij volkomen weten te bedriegen, want hetgeen ik te goeder trouw voor deugd aanzag, was niet anders dan de grootste geveinsdheid, waarmede hij mij den blinddoek geheel over de oogen trok. Gehuwd en vader van twee kinderen, voedde hij ze op met een gestrengheid, die mij het ontwijfelbaar bewijs scheen van zijn verbetering, en menigmaal zeide hij mij met blijkbaren! ernst: „Ik wil dat mijn kinderen anders zullen worden dan ik geweest ben." Kortom, hij had mij misleid en ik werd er het slachtoffer van. Ten gevolge van een dier ontelbare omwentelingen, die ons schoone land verdeelen en ondermijnen, werd ik, ik weet niet door welke geheime intrigues, bij de nieuwe regeering verdacht gemaakt en zag ik mij gedwongen op zekeren dag de vlucht te nemen, om mijn bedreigde leven te redden; ik wist niet aan wien ik mijn vrouw en dochter zou toevertrouwen, die ondanks haar vurig verlangen mij niet konden volgen; nu bood mijn broeder zich aan om voor haar te zorgen; een geheim voorgevoel, — een stem des hemels, die ik niet had moeten veronachtzamen, fluisterde mij in, dien man niet te vertrouwen maar zijn voorstel af te wijzen. De tijd drong, ik moest vertrekken; de soldaten, afgezonden om mij in hechtenis te nemen, klopten

Sluiten