Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Is het wel raadzaam dat wij don Mariano de veroordeeling van zijn broeder laten bijwonen ?"

„Voorzeker niet," antwoordde de oude jager met drift, „des te minder daar hij, nu de eerste vlaag van gramschap over is, waarschijnlijk ten gunste van zijn broeder zou tusschenbeide komen ; maar hoe zullen wij hem het best verwijderen ?"

„Dat neem ik op mij, ik zal hem naar het jagerskamp vervoeren."

„Haast u dan."

Vrij-Kogel stond op en trad naar Bermudez, met wien hij fluisterend eenige woorden wisselde; daarop namen de twee bedienden hun meester op en droegen hem naar het kreupelbosch, gevolgd door den jager en de WildeRoos, die Vrij-Kogel een wenk had gegeven om mede te gaan. Door den opgewonden staat waarin de Gambucinos verkeerden ter zake van het vonnis, werd dit vertrek door niemand opgemerkt en zelfs het getrappel der paarden toen zij wegreden niet gehoord.

Don Estevan was de eenige die alles gezien had en er de reden van begreep.

„Ik ben verloren 1" mompelde hij.

Loer-Vogel wenkte met de hand en de stilte herstelde zich als door een toovérslag.

„Welke straf heeft de schuldige verdiend ?"

„De dood I" riepen allen. 'f^t Zich thans tot den veroordeelde wendende, hervatte de jager: „Don Estevan de Real del Monte, met misdadige voornemens in de woestijn gekomen, zijt gij gevallen onder de slagen der Lynchwet; de Lynchwet is hier de wet van God: oog om oog, tand om tand, erkent zij geen andere straf dan die der wedervergelding. Het is de eerste wet door de oude wereld aan de menschheid ingegeven. Gij hebt een onschuldig jong meisje veroordeeld om levend begraven te worden en van honger om te komen. Gij zult dus ook levend worden begraven om van honger te sterven; maar opdat gij den dood zoudt kunnen inroepen, eer hij u zelf nadert, zullen wij u de middelen in handen geven om uw lijden te eindigen, wanneer het u aan moed ontbreekt om het langer te verduren. Wij zijn barmhartiger jegens u dan gij jegens uw ongelukkige slachtoffers geweest zijt, want gij zult slechts begraven worden tot onder de okselen, uw linkerarm zal vrij blijven en een pistool zal onder uw bereik worden gelegd, zoodat gij u een kogel door het hoofd kunt jagen wanneer uw lijden onverdraeelijk wordt. Ik heb gezegd. Antwoordt mij: Is dit vonnis rechtvaardig ?" met deze woorden eindigde hij, zich daarbij tot de omstanders richtende.

„Ja I" bromden al de aanwezigen, met een doffe eenparige stem: „oog om oog, tand om tand."

Don Estevan had de woorden van den ouden jager met ontzetting aangehoord ; de verschrikkelijke straf, waartoe hij veroordeeld werd, deed hem verstommen; want hoezeer hij niets minder dan den dood verwacht had, kwam deze manier van sterven hem zoo afgrijselijk voor, dat hij er in het eerste oogenblik niet aan gelooven kon ; zoodra hij echter zag dat op een wenk van Loer-Vogel de Gambucinos zich gereed maakten om een kuil te graven, rezen zyn haren te berge van schrik en kwam het koude zweet hem op het voorhoofd, terwyl hij, de handen vouwend, met een gesmoorde stem uitriep:

Sluiten