Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dus tot hem sprak, verschrikt aan, maar te zwak om de vreeselijke ontroering te weerstaan die hem beving, gaf hij een half gesmoorden gil, en viel in onmacht.

De man die op het laatste oogenblik don Estevan van een wissen dood redde, was, zooals de lezer zonder twijfel reeds zal geraden hebben, niemand anders dan Vrij-Kogel.

„Waarachtig I" riep deze hoofdschuddend, „het werd hoog tijd dat ik tusschenbeide kwam."

Zonder een oogenblik te verliezen, was de eerzame jager er nu op bedacht om den levend begravene uit zijn graf te redden. Dit was werkelijk het doel zijner komst, maar voorzeker geen gemakkelijke taak, vooral door het gemis van de noodige hulpmiddelen en gereedschappen.

De Gambucinos hadden hun werk met zoo veel zorg gedaan, en de kuil was zoo handig rondom den veroordeelde gevuld, dat de aarde hem aan alle zijden dicht omsloot.

Vrij-Kogel zag zich genoodzaakt om den grond met zijn jachtmes weg te spitten en moest daarbij met de meeste voorzichtigheid te werk gaan, om den man niét te kwetsen. Van tijd tot tijd hield hij even op, om het zweet, dat van zijn aangezicht gutste af te wisschen, en naar den Mexicaan te zien, die bleek als een lijk nog altoos bewusteloos was; na eenige seconden van stille beschouwing, schudde hij een paar keeren bedenkelijk het hoofd en hervatte met nieuwen ijver zijn taak.

Het was een vreemde vertooning, deze twee mannen, in de eenzame woestijn en in het bleeke maanlicht 1 Voorzeker, wanneer iemand op dit oogenblik met opinerkzamen blik het kleine grasveld, te midden van een onmetelijk natuurbosch, vol wilde' beesten, die van tijd tot tijd hun heesch gebrul in de duisternis lieten hooren, als protesteerden zij tegen de inbreuk op hun grondgebied, — wanneer iemand dit vreemdsoortig tooneel had kunnen gadeslaan, zou hij voorzeker aan een of andere hekserij of duivelsbegoocheling gedacht hebben en in der ijl verschrikt zijn weggeloopen. Intusschen ging Vrij-Kogel onvermoeid voort met graven, maar naar mate hij dieper in den grond kwam, werden de moeilijkheden gröoter.

Een oogenblik zelfs hield hij met zijn arbeid op, en wanhoopte hij den ongelukkige nog te kunnen redden; maar deze vlaag van moedeloosheid duurde slechts een paar seconden, en beschaamd over zijn zwakheid, hervatte de Canadees zijn taak met die koortsachtige onverzettelijkheid, die bij den vastberaden man gewoonlijk op elke voorbijgaande aarzeling volgt en zijn wilskracht verdubbelt. Na ongehoorde moeielijkheden, en na misschien twintig maal afgebroken en twintig maal hervat te zijn, was het werk eindelijk voltooid. De jager slaakte een kreet van triomf toen hij er mede klaar was; en uit den kuil springende, vatte hij don Estevan onder de armen, trok hem met kracht naar zich toe, hief hem uit de groeve en legde hem op den rand neder.

Zijn eerste zorg was nu om met zijn mes het touw door te snijden, dat den ongelukkige met honderd strikken en knoopen om het lijf gewikkeld zat; vervolgens maakte hij zijn kleederen los, om zijn longen de noodige ruimte te geven tot het inademen der buitenlucht; daarna vulde hij een halve kalebas, die bij manier van drinkschaal aan zijn zijde hing, met water, en goot het uit op het gezicht van den bewusteloozen don Estevan.

Sluiten