Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Gevoelt gij het nu ?"

„Por Dios! daar valt niet aan te twijfelen."

„Kom, wees dan nu zoo edelmoedig en verschaf mij de middelen om mij te verdedigen."

De jager schudde het hoofd.

„Dat heb ik niet voorzien 1 zeide hij.

„Daar wilt gij dus mede zeggen, dat, zoo gij het hadt voorzien, gij mij zoudt hebben laten sterven ?" „Misschien!"

Dit woord viel als een mokerslag op het hart van don Estevan; hij schoot den jager een vreeselijken blik toe.

„Wat gij mij daar zegt is onbehoorlijk," riep hij.

„Wat moest ik u dan antwoorden?" hernam de Canadees; „in mijn oogen waart gij naar verdienste gevonnisd. Ik had dus de gerechtigheid haar vrijen loop moeten laten; maar ik deed dit niet, en misschien heb ik daarin misgetast. Thans, nu ik de vraag kalm overweeg — en erkennen moet dat gij mij te recht om wapenen verzoekt, daar gij die noodig hebt, vooreerst tot zelfverdediging en ten tweede om in uw onderhoud te voorzien, thans zie ik er tegen op om u die te geven."

Don Estevan zat dicht bij den jager; zoo het scheen speelde hij achteloos met het afgeschoten pistool en hield hij zich als luisterde hij aandachtig naar hetgeen Vrij-Kogel sprak.

„Maar waarom ?'' vroeg hij.

„Wel om een zeer eenvoudige reden; ik ken u sedert lang, zoo als u niet onbekend is, don Estevan ; ik weet dat gij de man niet zijt om een beleediging te vergeten; ik ben overtuigd, als ik u uwe wapens teruggeef, dat gij op wraak bedacht zult zijn; dat is juist wat ik vermijden moet."

„En daarvoor," riep de Mexicaan met een schamperen lach, „weet gij geen ander middel dan mij van honger te laten sterven. O, ho I wat zonderlinge menschlievendheid I Neen kameraad, gij hebt al een zeer 'wonderlijke manier van zaken/te regelen, voor iemand die op den naam van eerlijk en loyaal gesteld is."

„Gij begrijpt mij niet; ik weiger wel is waar om u wapens te geven ; maar ik zal daarom toch den dienst dien ik u bewees niet half gedaan laten."

„Zoo 1 en wat wilt gij dan doen om dat doel te bereiken ? Ik ben wel zeer nieuwsgierig om dit te zien," meesmuilde don Estevan.

„Ik zal u tot aan de grenzen der Prairiën uitgeleide doen en gedurende de reis tegen alle gevaar beschermen, u verdedigen en voor uw onderhoud zorgen; dat is alles dunkt mij zeer eenvoudig." f',V ••

„Zeer eenvoudig, inderdaad. En als ik dan daar ginder ben koop ik wapenen en dan kom ik terug om mij te wreken."

„Neen, dat zult ge niet.

„Waarom niet?"

„Omdat gij mij oogenblikkelijk zweren zult, dat gij alle gevoel van haat tegen uwe vijanden aflegt en nooit weder in de Prairiën terugkomt." „En als ik dat niet verkies te zwéren ?"

„Dan zie ik van u af en laat u aan uw lot over; en daar dit geheel door uw eigen schuld is, beschouw ik mijn rekening met u als volkomen vereffend."

Sluiten